De rechtbank Gelderland heeft op 12 december 2022 in een civiele familierechtzaak de echtscheiding uitgesproken tussen partijen die sinds 2016 gehuwd waren. De minderjarige kinderen krijgen hun hoofdverblijfplaats bij de vrouw, terwijl de zorgregeling wordt vastgesteld conform de voorlopige voorzieningen waarbij de kinderen gemiddeld drie dagen per week bij de man verblijven.
De vrouw verzocht om vervangende toestemming voor verhuizing met de kinderen naar een andere regio, wat de rechtbank afwees omdat dit niet in het belang van de kinderen werd geacht. De Raad voor de Kinderbescherming ondersteunde deze afwijzing, mede vanwege de afstand en continuïteit van zorg.
Bij de berekening van de kinderalimentatie hield de rechtbank rekening met de werkelijke woonlasten van de man, die door dubbele woonlasten meer dan het dubbele bedroegen van het forfaitaire bedrag. Hierdoor kwam zijn draagkracht vrijwel nihil te liggen, en werd het verzoek tot kinderalimentatie afgewezen zolang de echtelijke woning nog niet was verkocht. Partijen konden na verkoop zelf de alimentatie herberekenen.
De rechtbank wees het verzoek tot partneralimentatie af en stelde dat partijen geen ouderschapsplan of convenant hadden overgelegd, waardoor het verzoek dit deel uit te laten maken van de beschikking werd afgewezen. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, behalve de echtscheiding zelf.