Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.[gedaagde 1] ,
1.De procedure
- het tussenvonnis van 13 juli 2022
- de akte overlegging producties (21 t/m 26) van de curator van 20 september 2022
- het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 5 oktober 2022.
2.De feiten
3.De vordering
4.Het verweer
5.De beoordeling
Artikel 843a Rv
- [betrokken bedrijf 2] . is bekend met de hoogte van de belastingschuld van [betrokken bedrijf 1] B.V., [betrokken bedrijf 8] en [gedaagde 3] aan de belastingdienst.
- [betrokken bedrijf 2] . is eigenaar van een tankstation gelegen aan de [adres+plaats] , welke bij WOZ beschikking op peildatum 1 januari 2019 is getaxeerd op € 364.000, waarop geen schuld resteert (na verkoop grond aan de [adres] in augustus/september 2020).
- [betrokken bedrijf 2] . bereid is het voornoemde tankstation als borg te verstrekken voor de schuld van voornoemde vennootschappen aan de belastingdienst, mits goede afspraken gemaakt worden die uitvoerbaar zijn voor voornoemde vennootschappen, met name een goed betalingsschema.
- Insteek voor het stellen van de borg door [betrokken bedrijf 2] . is dat de voornoemde vennootschappen een langere tijd hebben om de achterstand in belastingen in te lopen en derhalve te betalen, hierbij zij aan de lopende verplichtingen gaan en blijven voldoen en dat na het eind van de betalingsperiode de belastingschuld is ingelopen.
- [betrokken bedrijf 2] . zal nadat zij akkoord is met de afspraken die door voornoemde vennootschappen met de belastingdienst zijn gemaakt haar borg verstrekken.
6.428,00(2 punten x tarief € 3.214,00)