AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Vrijspraak verdachte wegens gebrek aan bewijs in zaak aanslagen op woningen
De rechtbank Gelderland behandelde de zaak van verdachte die werd verdacht van betrokkenheid bij een reeks aanslagen op woningen van (voormalige) medewerkers van een fruitbedrijf. De tenlastelegging betrof medeplegen van poging tot moord, bedreiging en brandstichting met voorbedachten rade.
De rechtbank stelde vast dat de aanslagen hadden plaatsgevonden, maar oordeelde dat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevatte voor strafbare betrokkenheid van verdachte. Diverse gesprekken en contacten van verdachte met medeverdachten konden niet leiden tot de conclusie dat verdachte op de hoogte was van of betrokken was bij de aanslagen.
De rechtbank overwoog dat verdachte informatie had doorgegeven in opdracht van zijn broer, maar dat niet kon worden vastgesteld dat hij wist dat deze informatie verband hield met de strafbare feiten. Verdachte werd daarom vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten.
De civiele vorderingen van benadeelde partijen werden afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid. Daarnaast gelastte de rechtbank de teruggave van een in beslag genomen telefoon aan de rechthebbende.
De uitspraak werd gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Gelderland op 27 september 2022.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.
Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/880069-21
Datum uitspraak : 27 september 2022
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
Akram [medeverdachte 2],
geboren op [geboortedatum] 2001 in Amsterdam,
wonende aan de [adres 1] in [plaats 1] .
Raadsvrouw: mr. V.H. Hammerstein, advocaat in Amsterdam.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van:
26 januari 2022 (regiezitting);
8 april 2022 (pro forma-zitting);
5 juli 2022 (pro forma-zitting);
7 juli 2022 (inhoudelijke behandeling);
11 juli 2022 (inhoudelijke behandeling);
13 september 2022 (sluiting onderzoek).
1.De verkorte inhoud van de tenlastelegging
De volledige tenlastelegging is opgenomen als bijlage 1bij dit vonnis. De rechtbank volstaat hier met de vermelding dat verdachte - kort gezegd - het volgende wordt verweten:
Betrokkenheid bij een aanslag (schietincident) op een woning aan de [adres 2] in [plaats 2] op 1/2 mei 2021, tenlastegelegd als:
1. medeplegen van een poging tot moord/doodslag/toebrengen zwaar lichamelijk letsel (met voorbedachten rade);
subsidiair: medeplegen van uitlokking van het medeplegen van een poging tot moord/doodslag/toebrengen zwaar lichamelijk letsel (met voorbedachten rade);
meer subsidiair: medeplegen van bedreiging;
meest subsidiair: medeplegen van uitlokking van medeplegen van bedreiging;
allermeest subsidiair: medeplegen van medeplichtigheid aan het medeplegen van uitlokking van het medeplegen van een poging tot moord/doodslag/toebrengen zwaar lichamelijk letsel (met voorbedachten rade), althans medeplegen van medeplichtigheid aan het medeplegen van uitlokking van het medeplegen van bedreiging.
Betrokkenheid bij een aanslag (schietincident) op een woning aan de [adres 3] in [plaats 3] op 8/9 mei 2021, tenlastegelegd als:
2. medeplegen van een poging tot moord/doodslag/toebrengen zwaar lichamelijk letsel (met voorbedachten rade);
subsidiair: medeplegen van uitlokking van het medeplegen van een poging tot moord/doodslag/toebrengen zwaar lichamelijk letsel (met voorbedachten rade);
meer subsidiair: medeplegen van bedreiging;
meest subsidiair: medeplegen van uitlokking van medeplegen van bedreiging;
allermeest subsidiair: medeplegen van medeplichtigheid aan het medeplegen van uitlokking van het medeplegen van een poging tot moord/doodslag/toebrengen zwaar lichamelijk letsel (met voorbedachten rade), althans medeplegen van medeplichtigheid aan het medeplegen van uitlokking van het medeplegen van bedreiging.
Betrokkenheid bij een aanslag (schietincident) op een woning aan de [adres 4] in [plaats 4] op 9/10 mei 2021, tenlastegelegd als:
3. medeplegen van een poging tot moord/doodslag/toebrengen zwaar lichamelijk letsel (met voorbedachten rade);
subsidiair: medeplegen van uitlokking van het medeplegen van een poging tot moord/doodslag/toebrengen zwaar lichamelijk letsel (met voorbedachten rade);
meer subsidiair: medeplegen van bedreiging;
meest subsidiair: medeplegen van uitlokking van medeplegen van bedreiging;
allermeest subsidiair: medeplegen van medeplichtigheid aan het medeplegen van uitlokking van het medeplegen van een poging tot moord/doodslag/toebrengen zwaar lichamelijk letsel (met voorbedachten rade), althans medeplegen van medeplichtigheid aan het medeplegen van uitlokking van het medeplegen van bedreiging.
Betrokkenheid bij een aanslag (schietincident) op een woning aan de [adres 5] in [plaats 5] op 15/16 mei 2021, tenlastegelegd als:
4. medeplegen van een poging tot moord/doodslag/toebrengen zwaar lichamelijk letsel (met voorbedachten rade);
subsidiair: medeplegen van uitlokking van het medeplegen van een poging tot moord/doodslag/toebrengen zwaar lichamelijk letsel (met voorbedachten rade);
meer subsidiair: medeplegen van bedreiging;
meest subsidiair: medeplegen van uitlokking van medeplegen van bedreiging;
allermeest subsidiair: medeplegen van medeplichtigheid aan het medeplegen van uitlokking van het medeplegen van een poging tot moord/doodslag/toebrengen zwaar lichamelijk letsel (met voorbedachten rade), althans medeplegen van medeplichtigheid aan het medeplegen van uitlokking van het medeplegen van bedreiging.
Betrokkenheid bij een aanslag (brandstichting) op een woning aan de [adres 6] in [plaats 6] op 4/5 juni 2021, tenlastegelegd als:
5. medeplegen van een poging tot moord/doodslag/toebrengen zwaar lichamelijk letsel (met voorbedachten rade)
en/of
medeplegen van brandstichting met gemeen gevaar voor goederen/levensgevaar/gevaar voor zwaar lichamelijk letsel;
subsidiair: medeplegen van uitlokking van het medeplegen van een poging tot moord/doodslag/toebrengen zwaar lichamelijk letsel (met voorbedachten rade)
en/of
medeplegen van uitlokking van het medeplegen van brandstichting met gemeen gevaar voor goederen/levensgevaar/gevaar voor zwaar lichamelijk letsel;
meer subsidiair: medeplegen van medeplichtigheid aan het medeplegen van uitlokking van het medeplegen van een poging tot moord/doodslag/toebrengen zwaar lichamelijk letsel (met voorbedachten rade)
en/of
medeplegen van medeplichtigheid aan het medeplegen van uitlokking van het medeplegen van brandstichting met gemeen gevaar voor goederen/levensgevaar/gevaar voor zwaar lichamelijk letsel.
2.De standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder de feiten 1 t/m 5 primair tenlastegelegde, wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor het medeplegen van het gronddelict. De officier van justitie heeft gesteld dat wel wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder de feiten 1 t/m 5 subsidiair tenlastegelegde, te weten het medeplegen van uitlokking van poging tot moord, waarbij ten aanzien van feit 5 sprake is van eendaadse samenloop met het medeplegen van uitlokking van brandstichting met levensgevaar en gemeen gevaar voor goederen. De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor deze feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijftien jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.
De verdediging heeft integrale vrijspraak bepleit, nu de strafrechtelijke betrokkenheid van verdachte bij de feiten niet kan worden bewezen.
3.Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Verdachte wordt - kort gezegd - de betrokkenheid bij een reeks feiten (beschietingen van woningen en brandstichting) verweten. Niet ter discussie staat dat deze aanslagen hebben plaatsgevonden. De rechtbank is echter van oordeel dat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat voor de strafbare betrokkenheid van verdachte bij deze feiten in welke ten laste gelegde vorm dan ook en overweegt daartoe als volgt.
[adres 2] [plaats 2] – 2 mei 2021
De rechtbank stelt op grond van het dossier vast dat [medeverdachte 1] op 2 mei 2021 een kogel heeft afgevuurd door de ruit van de woonkamer van de woning aan de [adres 2] in [plaats 2] . Enkele dagen voor deze aanslag, op 29 april 2021, vond een gesprek plaats via Telio tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , de broer van verdachte, die op dat moment gedetineerd zat. In dit gesprek gaf [medeverdachte 2] de straatnaam door en hij zei dat [medeverdachte 1] het huisnummer moest vragen aan ‘die jongen die op hem lijkt'. Het huisnummer [nummer] en de plaatsnaam [plaats 2] waren door [medeverdachte 2] kort daarvoor reeds doorgegeven aan zijn vriendin [medeverdachte 3] met de instructie deze informatie door te geven aan ‘die ander die op hem lijkt’ (verdachte). Verdachte heeft deze informatie ontvangen en doorgegeven aan [medeverdachte 1] .
Uit het dossier volgt niet dat verdachte wist waar deze informatie voor diende. Integendeel, uit het feit dat hij deze informatie telefonisch heeft doorgegeven aan [medeverdachte 1] - waar [medeverdachte 2] vervolgens erg boos over werd - volgt naar het oordeel van de rechtbank eerder dat verdachte geen besef had dat dit informatie van criminele aard betrof. Niet kan worden vastgesteld dat verdachte vooraf en op het moment van doorgeven van informatie op de hoogte was van dit schietincident.
[adres 3] [plaats 3] – 9 mei 2021
De rechtbank stelt op grond van het dossier vast dat [medeverdachte 1] op 9 mei 2021 een kogel heeft afgevuurd door de ruit van de woonkamer van de woning aan de [adres 3] in [plaats 3] .
In de dagen voorafgaand aan deze aanslag vonden gesprekken plaats tussen [medeverdachte 2] en verdachte waarin - kort gezegd - gesproken wordt over betalingen en het feit dat verdachte iemand moet ‘connecten’ voor vervoer. In deze gesprekken werd niet gesproken over waar deze betalingen en het vervoer voor zouden dienen. Niet vastgesteld kan worden dat voor verdachte duidelijk was waar dit over ging. Dat vervolgens kort na deze gesprekken een aanslag heeft plaatsgevonden, draagt niet bij aan het bewijs dat verdachte op het moment dat hij deze gesprekken voerde op de hoogte was van de te plegen aanslag. Ook het gesprek dat na de aanslag heeft plaatsgevonden, waarin verdachte aangeeft dat ze maar één band hebben vervangen, zegt naar het oordeel van de rechtbank niet genoeg over de wetenschap van en (voorafgaande) betrokkenheid van verdachte bij dit feit.
[adres 4] [plaats 4] – 10 mei 2021
Op grond van het dossier stelt de rechtbank vast dat [medeverdachte 1] op 10 mei 2021 een kogel heeft afgevuurd in de voordeur van de woning aan de [adres 4] in [plaats 4] .
In de ochtend van 10 mei 2021, na dit schietincident, belt [medeverdachte 2] naar verdachte en hij vraagt of er gister nog ‘aan die brommer is gesleuteld’, hetgeen verdachte bevestigt. De rechtbank overweegt dat, voor zover hieruit al wetenschap van de aanslag kan worden afgeleid, dit louter wetenschap achteraf betreft. Dit kan niet bijdragen aan het bewijs voor strafrechtelijke betrokkenheid van verdachte vooraf bij dit schietincident.
[adres 5] [plaats 5] – 16 mei 2021
Op grond van het dossier stelt de rechtbank vast dat [medeverdachte 1] op 16 mei 2021 een kogel heeft afgevuurd door de ruit van de woonkamer van de woning aan de [adres 5] in [plaats 5] . [medeverdachte 4] was meegereden en hij heeft het huisnummer gecontroleerd. De auto van de vader van verdachte werd rondom het tijdstip van de aanslag geregistreerd door ANPR-camera’s in de buurt van de plaats delict.
Verdachte heeft verklaard dat hij op verzoek van een ander de auto van zijn vader heeft uitgeleend. Eén van de inzittenden van deze auto nam die nacht contact met hem op en gaf hem de opdracht aangifte te doen van diefstal van de kentekenplaten. Dit heeft verdachte gedaan. Verdachte heeft verklaard dat hij op dat moment wel wist dat er iets strafbaars was gedaan met de auto.
Uit het dossier volgt dat verdachte in de uren voor de aanslag korte telefonische contacten heeft gehad met onder meer [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] . Dit kan echter niet de conclusie rechtvaardigen dat verdachte moet hebben geweten wat er te gebeuren stond. Uit niets blijkt sluitend dat verdachte voorafgaand aan de aanslag wetenschap had van het op handen zijnde schietincident en hij hierbij enige strafrechtelijk verwijtbare betrokkenheid heeft gehad.
De [adres 6] [plaats 6] – 5 juni 2021
De rechtbank stelt op grond van het dossier vast dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] op 5 juni 2021 brand hebben gesticht bij de voordeur van de woning aan De [adres 6] in [plaats 6] .
Op 5 juni 2021 om 01:27 uur stuurde verdachte naar [medeverdachte 1] : “je moet [plaats 6] zijn toch”. Verdachte heeft verklaard dat hij die nacht samen met anderen, waaronder [medeverdachte 1] , tot laat in de garage onder zijn woning was. [medeverdachte 1] had verteld dat hij naar [plaats 6] moest. Toen verdachte boven was en hij [medeverdachte 1] nog beneden hoorde, stuurde hij hem dit bericht. In het dossier is geen bewijs voorhanden op basis waarvan kan worden gezegd dat deze uitleg van verdachte onaannemelijk is. Bovendien kan uit de inhoud van het bericht van verdachte niet worden afgeleid dat hij ook wist wat [medeverdachte 1] in [plaats 6] ging doen. Uit het dossier volgt verder dat verdachte ongeveer een uur voor de aanslag contact had met [medeverdachte 5] . Zonder de inhoud van dit gesprek te kennen kan het enkele feit dat verdachte contact had met iemand die met de uitvoerders mee was gereisd naar de plaats delict en waarmee hij wel vaker telefonisch contact had, niet voldoende sluitend bijdragen aan het bewijs dat verdachte op de hoogte was van de op handen zijnde aanslag. Dit geldt ook voor het feit dat hij kort na de aanhouding van het viertal naar [medeverdachte 4] heeft gebeld. De verklaring van verdachte dat hij dit deed, omdat hij van iemand had gehoord dat deze jongens waren aangehouden, acht de rechtbank niet onaannemelijk, gelet op het feit dat zijn broer [medeverdachte 2] tijdens de achtervolging door de politie via Snapchat contact had met [medeverdachte 1] .
Ook het feit dat [medeverdachte 2] de betrokkenen bij de aanslag opdraagt contact op te nemen met zijn broertje op het moment dat zij achtervolgd worden door de politie, zegt niets over wetenschap van verdachte van enig strafbaar feit en evenmin over een strafbare betrokkenheid van verdachte bij dit specifieke feit.
Conclusie
De rechtbank overweegt dat het dossier aanknopingspunten bevat voor een ernstige verdenking van betrokkenheid van verdachte bij de ten laste gelegde feiten. Vaststaat dat verdachte in opdracht van zijn broer [medeverdachte 2] informatie heeft doorgegeven aan de uitvoerders. Verdachte heeft erkend dat hij op enig moment het vermoeden had dat zijn broer zich vanuit de P.I. bezighield met strafbare feiten. Het enkele feit dat hij dit vermoedde en hij geen kritische vragen heeft gesteld, maakt echter nog niet dat verdachte wist dat de informatie die hij doorgaf te maken had met deze op handen zijnde (specifieke) aanslagen. Het dossier bevat geen bewijsmiddelen van voldoende gewicht waaruit deze wetenschap kan worden afgeleid. Niet kan worden vastgesteld dat verdachte (voorwaardelijk) opzet had op de grondfeiten. Dit betekent dat de rechtbank de feiten zoals ten laste gelegd (zowel primair, als subsidiair, meer subsidiair, meest subsidiair en allermeest subsidiair) niet wettig en overtuigend bewezen acht en verdachte hiervan zal vrijspreken.
4.De beoordeling van de civiele vorderingen
De volgende benadeelde partijen hebben zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding:
Benadeelde partij
Feit
Materiële schade
Smartengeld
1. [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]
2. [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4]
3. [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6]
2
4
5
€ 175,98 ( [slachtoffer 3] )
€ 7.500,- p.p.
€ 5.000,- p.p.
€ 7.500,- p.p.
De benadeelde partijen verzoeken de rechtbank de gevorderde schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente en over te gaan tot oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Overweging van de rechtbank
Nu de rechtbank niet tot een bewezenverklaring komt, zullen de benadeelde partijen
niet-ontvankelijk worden verklaard in de vorderingen.
5.De beoordeling van het beslag
In de zaak van verdachte ligt beslag op een Apple iPhone 12 met serienummer 352014961165340 (P.01.01.001), die gevonden is op de slaapkamer van verdachte en zijn broer. Op grond van het dossier kan worden vastgesteld dat deze telefoon van [medeverdachte 2] is. Nu geen strafvorderlijk belang zich hiertegen verzet, zal de rechtbank teruggave van deze telefoon aan de rechthebbende gelasten.
6.De beslissing
De rechtbank:
spreekt verdachte vrij van de ten laste gelegde feiten;
verklaart de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] niet-ontvankelijk in de vorderingen;
gelast de teruggave van de Apple iPhone 12 met serienummer 352014961165340 (P.01.01.001) aan de rechthebbende.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Graat (voorzitter), mr. L.C.P. Goossens en mr. J.M. Breimer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.I. Warringa en mr. L.H.M. van Keulen, griffiers, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 27 september 2022.
Bijlage 1 – volledige inhoud tenlastelegging
Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
1.
hij in of omstreeks de nacht van 1 op 2 mei 2021 te [plaats 2] ,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s)
voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] en/of hun
kind [kind]
opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven te beroven dan wel zwaar
lichamelijk letsel toe te brengen,
naar de woning van voornoemde(n) [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] , waar deze op dat
moment sliepen/ verbleven( [adres 2] te [plaats 2] )
is/zijn gereden/gegaan en/of vervolgens
een kogel door de ruit aan de voorzijde van de woonkamer van die woning
heeft/hebben afgevuurd,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid ;
althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:
[medeverdachte 1] en/of een of meer andere perso(o)n(en)
in of omstreeks de nacht van 1 op 2 mei 2021 te [plaats 2] ,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
ter uitvoering van het door die [medeverdachte 1] en/of die perso(o)n(en)
voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] en/of hun
kind [kind]
opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven te beroven dan wel zwaar
lichamelijk letsel toe te brengen,
naar de woning van voornoemde(n) [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] , waar deze op dat
moment sliepen/ verbleven( [adres 2] te [plaats 2] )
is/zijn gereden/gegaan en/of vervolgens
een kogel door de ruit aan de voorzijde van de woonkamer van die woning
heeft/hebben afgevuurd,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,
welk feit door verdachte in of omstreeks de periode van 15 april 2021 tot en
met 2 mei 2021 te Amsterdam en/of elders in Nederland
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan
niet door tussenkomst van een of meer anderen, door giften en/of beloften
en/of door misbruik van gezag en/of geweld en/of bedreiging en/of door het
verschaffen van gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen, opzettelijk is
uitgelokt, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s)
- het plan opgevat en/of besproken en/of een besluit genomen en/of ingestemd
met een plan/besluit om die [slachtoffer 7] en/of die [slachtoffer 8] en/of hun kind
[kind] om het leven te brengen dan wel zwaar lichamelijk letsel
toe te brengen, en/of
- een geldbedrag ten behoeve van de uitvoering van de moord op, dan wel
toebrenging van zwaar lichamelijk letsel aan die [slachtoffer 7] en/of die [slachtoffer 8]
en/of hun kind [kind] betaald of laten betalen en/of
- een geldbedrag betaald of laten betalen en/of in het vooruitzicht gesteld
of laten stellen als onkostenvergoeding en/of compensatie en/of
- een geldbedrag in het vooruitzicht gesteld of laten stellen als dit feit
gepleegd zou worden en/of
- adresgegevens/verblijfplaatsen en/of de naam van die [slachtoffer 7] en/of
die [slachtoffer 8] en/of andere informatie over die [slachtoffer 7] en/of die [slachtoffer 8]
doorgegeven of laten doorgeven, dan wel ter beschikking gesteld of
laten stellen en/of
- die [medeverdachte 1] en/of (die) perso(o)n(en) benaderd of laten benaderen voor
het uitvoeren van dat plan/besluit tot het om het leven brengen van- en/of
zwaar lichamelijk letsel toebrengen aan die [slachtoffer 7] en/of die [slachtoffer 8]
en/of hun kind [kind] en/of
- die [medeverdachte 1] en/of (die) perso(o)n(en) bevolen of laten bevelen, althans
op dwingende wijze gezegd of laten zeggen deze opdracht uit te voeren en/of