Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.[gedaagde conventie/eiser reconventie 1]
[gedaagde conventie/eiser reconventie 2]
Rechtbank Gelderland
In deze zaak staat de eigendom en grensafbakening tussen twee percelen met woningen centraal, waarbij het geschil zich richt op het trapportaal en een deel van de keuken. De eiseres stelt dat de overdracht in 1961 ook deze delen omvatte en dat het kadastrale veldwerk uit 1962 een vergissing bevat. De gedaagden betwisten dit en beroepen zich op het veldwerk als uitdrukking van de wil van de vervreemder.
De rechtbank overweegt dat de feitelijke scheiding sinds 1961 niet is veranderd en dat de akte voldoende duidelijk moet zijn over wat is overgedragen. De ligging van de zijmuur is niet kenbaar en het kadastrale veldwerk bevat een fout, wat de stelling van de eiseres ondersteunt. De verklaring voor recht dat de grens loopt zoals door eiseres aangegeven wordt toegewezen.
Verder is er een geschil over het dempen van een kelder en het verwijderen van een kast, waarbij de rechtbank oordeelt dat de gedaagden mogen aannemen dat er instemming was vanwege het ontbreken van protest. De vorderingen tot herstel worden afgewezen. De rechtbank veroordeelt de gedaagden wel tot verwijdering van een schutting die deels op het perceel van eiseres staat en tot vergoeding van de kosten van de grensreconstructie. De vordering in reconventie over cameragebruik wordt afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank bepaalt dat de grens tussen de percelen loopt volgens de feitelijke situatie, veroordeelt gedaagden tot verwijdering van de schutting en betaling van €920,-, en wijst overige vorderingen af.