De rechtbank Gelderland behandelde een geschil over de hoofdverblijfplaats en zorg- en opvoedingstaken van vijf minderjarige kinderen binnen een echtscheidingsprocedure en een procedure over een schriftelijke aanwijzing van een gecertificeerde instelling.
De gecertificeerde instelling had een schriftelijke aanwijzing gegeven die het contact tussen de moeder en vier van de kinderen beperkte tot één uur begeleide omgang per week. De moeder verzocht deze aanwijzing geheel of gedeeltelijk te laten vervallen en een ruimere zorgregeling vast te stellen, stellende dat de aanwijzing niet zorgvuldig tot stand was gekomen en onvoldoende was gemotiveerd.
De rechtbank oordeelde dat de schriftelijke aanwijzing een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht is en aan zorgvuldigheids- en motiveringseisen moet voldoen. De aanwijzing bleek tegenstrijdig en onzorgvuldig voorbereid, onder meer door onduidelijkheden over de aankondiging en inhoudelijke verschillen.
Daarom verklaarde de rechtbank de schriftelijke aanwijzing van 1 november 2022 geheel vervallen. De rechtbank verwees voor de zorg- en contactregeling naar de hoofdzaak waarin reeds een verdeling van zorg- en opvoedingstaken was vastgesteld en wees het verzoek van de moeder om een nieuwe regeling in deze procedure af.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en tegen deze beschikking staat hoger beroep open.