ECLI:NL:RBGEL:2022:877
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vaststelling hoge eigen bijdrage Wlz op basis van peildatum vermogen
De erven van betrokkene hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de Centraal Administratiekantoor B.V. waarin de hoge eigen bijdrage voor het zorgjaar 2020 op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) werd vastgesteld. Betrokkene was op 14 april 2020 in een zorginstelling gaan wonen en overleed op 14 maart 2021. De erven zetten de procedure voort.
Verweerder had de eigen bijdrage definitief vastgesteld op basis van het vermogen van betrokkene op 1 januari 2020. De erven betwistten dit omdat betrokkene vanaf 14 april 2020 geen eigen vermogen meer had, door opeisbaarheid van het vaderlijk erfdeel en een schuld aan haar kinderen.
De rechtbank oordeelde dat de regelgeving voorschrijft dat de peildatum voor het vermogen het begin van het kalenderjaar is en dat verweerder terecht van het vermogen op 1 januari 2020 is uitgegaan. De rechtbank vond geen grond om van deze peildatum af te wijken, ook niet vanwege de door de erven aangevoerde omstandigheden.
De rechtbank stelde vast dat de regelgeving en de keuze voor deze peildatum een politieke en bestuurlijke afweging betreffen, en dat de nadelige gevolgen voor betrokkene en haar erven niet onevenredig zijn in verhouding tot de doelen van de Wlz. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de vaststelling van de eigen bijdrage bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep van de erven wordt ongegrond verklaard en de vaststelling van de hoge eigen bijdrage op basis van het vermogen op 1 januari 2020 blijft in stand.