ECLI:NL:RBGEL:2023:1043
Rechtbank Gelderland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot niet-beëindiging arbeidsovereenkomst wegens misbruik van omstandigheden
De zaak betreft een geschil over de beëindiging van een arbeidsovereenkomst tussen een algemeen coffeeshopmedewerker en zijn werkgever, een commanditaire vennootschap die een coffeeshop exploiteert. De medewerker had zijn arbeidsovereenkomst opgezegd na een gesprek waarin hij werd geconfronteerd met opmerkingen over zijn functioneren en vermeende nevenactiviteiten. Kort na het gesprek trok hij zijn ontslag in, stellende dat hij onder druk was gezet.
De kantonrechter beoordeelde of sprake was van een wilsgebrek, in het bijzonder misbruik van omstandigheden, waardoor de opzegging niet rechtsgeldig zou zijn. De verzoeker kon niet aannemelijk maken dat hij onder zodanige druk stond dat hij de opzeggingsbrief niet vrijwillig had ondertekend. De werkgever stelde dat de werknemer was geconfronteerd met een voornemen tot ontslag op staande voet vanwege ontoelaatbare nevenactiviteiten, waarop de werknemer zelf voor opzegging koos.
De kantonrechter oordeelde dat geen misbruik van omstandigheden was vastgesteld en dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig was beëindigd. Tevens werd overwogen dat de arbeidsovereenkomst in ieder geval per 31 januari 2023 zou eindigen. Het verzoek tot toelating tot de werkvloer en loondoorbetaling werd afgewezen en de verzoeker werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot niet-beëindiging van de arbeidsovereenkomst wegens misbruik van omstandigheden wordt afgewezen en de arbeidsovereenkomst is rechtsgeldig geëindigd.