De rechtbank Gelderland behandelde het beroep van eiser tegen de weigering van de minister van Infrastructuur en Waterstaat om volledige openbaarmaking van documenten te geven over twee categorieën schepen: NGO-schepen actief in de Middellandse Zee, waaronder de Sea Watch 3, en schepen met een eigendomscertificaat ICP van het Nederlands Watersportverbond of de Koninklijke Nederlandsche Motorbootclub.
De minister had documenten in gelakte vorm verstrekt naar aanleiding van Wob-verzoeken uit 2019, maar niet alle ongelakte documenten aangeleverd, waardoor de rechtbank niet volledig kon beoordelen. De rechtbank oordeelde dat het besluit van 16 augustus 2022 op onderdelen A tot en met E onvoldoende was gemotiveerd en vernietigde dit besluit. De onderdelen betroffen onder meer notulen van DG-overleggen, een nota handelingsperspectieven, WhatsApp-verkeer, een schaduwdossier en een e-mailbericht.
De rechtbank stelde vast dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom documenten waren gelakt, dat relevante documenten ontbraken, en dat de minister onvoldoende had gedaan om ontbrekende documenten te achterhalen. De rechtbank gaf de minister acht weken de tijd om een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van de uitspraak. Het beroep tegen het besluit op bezwaar van 5 augustus 2020 werd niet-ontvankelijk verklaard.