Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2023:1226

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
10 maart 2023
Publicatiedatum
9 maart 2023
Zaaknummer
05-114716-19
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens gebrek aan bewijs openlijk geweld in vereniging

Op 10 maart 2023 heeft de Rechtbank Gelderland uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van openlijk geweld in vereniging tegen een benadeelde partij op of omstreeks 17 september 2017 te Zutphen. De officier van justitie stelde dat verdachte samen met medeverdachten geweld had gepleegd, terwijl de verdediging vrijspraak vorderde wegens gebrek aan bewijs.

De rechtbank oordeelde dat de beschikbare camerabeelden onvoldoende kwaliteit hadden om vast te stellen dat verdachte een wezenlijke bijdrage had geleverd aan het geweld. De herkenning van verdachte op de beelden was onzeker en er was geen bewijs dat hij of anderen tot geweld hadden aangezet. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het tenlastegelegde.

Daarnaast had de benadeelde partij een civiele vordering tot schadevergoeding ingediend, bestaande uit materiële schade en smartengeld. De rechtbank verklaarde deze vordering niet-ontvankelijk omdat er geen bewezenverklaring was en er geen straf of maatregel werd opgelegd. De proceskosten werden ieder voor eigen rekening bepaald.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van openlijk geweld in vereniging.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05.114716.19
Datum uitspraak : 10 maart 2023
Tegenspraak (raadsman gemachtigd artikel 297 Sv Pro)
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres] .
Raadsman: mr. R. Gijsen, advocaat in Maastricht.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 17 september 2017 te Zutphen openlijk,
te weten op de Stationsstraat en/of de Lokenstraat en/of de Gasthuisstraat en/of de Basseroord, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats,
in vereniging
geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [benadeelde partij] ,
door een of meerdere keren
- die [benadeelde partij] te achtervolgen, althans achter die [benadeelde partij] aan te lopen/rennen en/of
- een fiets en/of meerdere bierflesjes in de richting van die [benadeelde partij] te gooien en/of
- die [benadeelde partij] vast te pakken en/of op de grond te gooien en/of naar de grond te werken en/of
- ( terwijl die [benadeelde partij] op de grond lag) die [benadeelde partij] op/tegen het hoofd en/of op/tegen het lichaam te slaan/stompen en/of te schoppen en/of
- ( terwijl die [benadeelde partij] op de grond lag) die [benadeelde partij] met een kettingslot, althans een hard en/of
zwaar voorwerp, op/tegen het hoofd en/of op/tegen het lichaam te slaan en/of
- die [benadeelde partij] vast te pakken en/of (vervolgens) meerdere knietjes in het gezicht van die [benadeelde partij] te geven en/of
- ( terwijl die [benadeelde partij] werd vastgehouden en/of terwijl die [benadeelde partij] op de grond lag) die [benadeelde partij] met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de borst, althans in het lichaam te steken, althans proberen te steken en/of
- ( met kracht) tegen de heup, althans het lichaam van die [benadeelde partij] te trappen/schoppen.

2.De standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich samen met de medeverdachten schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging, zoals ten laste is gelegd. Verdachte en zijn medeverdachten zijn meegegaan in een of meer aanvalsgolven tegen [benadeelde partij] , wat maakt dat zij de groep meer dan getalsmatig hebben versterkt. Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en nader toegelicht. De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden.
De raadsman heeft voor vrijspraak gepleit. Primair heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat er geen bewijs is dat een van de medeverdachten geweld heeft gepleegd tegen [benadeelde partij] zodat reeds hierom geen sprake is van geweldpleging in vereniging. Subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat mede gelet op de kwaliteit van de camerabeelden, niet kan worden vastgesteld dat verdachte de persoon op de beelden is met het zwarte haar en de glimmende jas die een fiets optilt, zoals een van de verbalisanten ongemotiveerd heeft geconcludeerd. Meer subsidiair is aangevoerd dat kan niet worden vastgesteld dat de persoon met het zwarte haar en de glimmende jas deel heeft uitgemaakt van een groep dan wel enige geweldshandeling heeft verricht.

3.Overwegingen ten aanzien van het bewijs

De rechtbank is van oordeel dat voor zover verdachte al is te zien op de beelden die in het dossier zijn beschreven, niet kan worden vastgesteld dat verdachte een voldoende significante of wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan eventuele openlijke geweldpleging jegens [benadeelde partij] .
De man die door één verbalisant op de beelden is herkend, is slechts kort zichtbaar. De kwaliteit van de beelden is, mede gegeven de afstand en de duisternis, op dit punt pover te noemen. Noch uit de beschikbare beelden noch anderszins blijkt verder dat die man geweld heeft gepleegd of op andere wijze een significante en wezenlijke bijdrage heeft geleverd, bijvoorbeeld door anderen op te jutten tot geweld over te gaan. Het oppakken en weer neerzetten van de fiets, is mede gezien de afstand, daartoe onvoldoende.
De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het tenlastegelegde.

4.De beoordeling van de civiele vordering

De benadeelde partij [benadeelde partij] heeft in verband met het tenlastegelegde een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert primair een totaalbedrag van
€ 362.955,40 aan materiële schade en € 150.000,- aan smartengeld, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Subsidiair, indien beoordeling van de materiële schade een onevenredige belasting van het strafproces zou opleveren, vordert de benadeelde partij alleen het smartengeld te vermeerderen met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Overweging van de rechtbank
Voorafgaand aan de terechtzitting van 10 februari 2023 heeft de rechtbank een procesbeslissing genomen, die inhield dat een deel van de vordering van de benadeelde partij (te weten het verlies verdiencapaciteit en de pensioenschade) vooralsnog niet inhoudelijk zou worden behandeld, tenzij de rechtbank in raadkamer tot een andere beslissing zou komen en dan het onderzoek zou heropenen.
Aangezien de rechtbank niet tot een bewezenverklaring komt en aldus aan verdachte geen straf of maatregel zal opleggen, zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering. Gelet op dit oordeel bestaat er geen aanleiding terug te komen op de eerdere procesbeslissing.
De proceskosten zullen worden gecompenseerd.

5.De beslissing

De rechtbank:
 spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde;
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]
 verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding;
 bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. van der Mei, voorzitter, mr. P.J.C. Cremers en
mr. M.D.R. Joppe, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.J.M. Fransen, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 10 maart 2023.