Uitspraak
1.Het procesverloop
2.De beoordeling
- € 2.040,87 hoofdsom
- € 24,38rente tot dagvaarding
Rechtbank Gelderland
De zaak betreft een vordering van ING Bank tegen gedaagde wegens een ongeoorloofde roodstand op een betaalrekening. Gedaagde had een kwartaallimiet van maximaal €2.000,00 met een rente van 9,9% per jaar, waarbij zij minimaal 24 uur per kwartaal een positief saldo moest hebben. Na beëindiging van deze limiet stond gedaagde €2.017,56 rood.
De bank stelde dat de schuld niet alleen uit de roodstand bestond, maar ook uit het overschrijden van de kwartaallimiet. De kantonrechter oordeelde dat de kwartaallimiet een geoorloofde debetstand is onder artikel 7:57 lid 1 BW Pro, en dat het verlichte regime van artikel 7:58 lid 3 BW Pro van toepassing is, inclusief de vereiste kredietwaardigheidstoets.
De ambtshalve toetsing kan leiden tot vernietiging van de overeenkomst over de kwartaallimiet, waarbij gedaagde alleen de bestedingen hoeft terug te betalen zonder rente. De bank had haar vordering aangepast en vorderde alleen de hoofdsom van €1.798,21 zonder rente, wat toewijsbaar werd geacht. Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van deze hoofdsom met wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €1.798,21 hoofdsom met wettelijke rente en proceskosten.