Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- de dagvaarding
- de mondelinge behandeling.
Rechtbank Gelderland
Eiseres en gedaagde hadden een affectieve relatie en samenwoonden in een woning die eiseres in 2019 van gedaagde kocht. Na beëindiging van hun samenleving vordert eiseres dat gedaagde de woning en garagebox verlaat, medewerking verleent aan verkoop en haar persoonlijke eigendommen zelfstandig kan ophalen. Gedaagde erkent dat eiseres eigenaar is, maar stelt dat hij rechten heeft vanwege gezamenlijke bedrijfsactiviteiten en financiële afspraken.
De voorzieningenrechter oordeelt dat gedaagde geen recht heeft om in de woning te blijven, ook niet op grond van de door hem aangevoerde omstandigheden. De vordering tot ontruiming wordt toegewezen met een termijn van twee maanden om hem de gelegenheid te geven woonruimte te vinden. Tevens krijgt eiseres het recht om binnen een week na betekening zelfstandig haar eigendommen op te halen zonder aanwezigheid van gedaagde.
De overige vorderingen, waaronder het vervangen van sloten en het inschakelen van een makelaar met medewerking van gedaagde, worden afgewezen. Er wordt een dwangsom van €5.000 per dag opgelegd voor het niet naleven van de ontruimings- en eigendomsophaalverplichtingen, met een maximum van €30.000. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld om binnen twee maanden de woning en garagebox te verlaten en eiseres krijgt het recht om zelfstandig haar persoonlijke eigendommen op te halen.