Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.De procedure
- de mondelinge behandeling, gehouden op 16 maart 2023,
- de pleitaantekeningen namens [eisende partij] ,
Rechtbank Gelderland
In deze zaak vordert [eisende partij], een producent van veevoer, dat Liander N.V. wordt veroordeeld tot het beschikbaar stellen van een verhoogd gecontracteerd transportvermogen voor levering en teruglevering van elektriciteit op haar aansluiting. Liander weigert de gevraagde verhoging van het transportvermogen voor levering vanwege fysieke congestie op het elektriciteitsnet en handhaaft een tijdelijke transportbeperking.
De rechtbank stelt vast dat de tussen partijen gesloten aansluit- en transportovereenkomst (ATO) en het daarop toepasselijke Tarievenblad bepalen dat een automatische verhoging van het gecontracteerd transportvermogen alleen mogelijk is indien er voldoende capaciteit beschikbaar is op het net. De weigering van Liander is gerechtvaardigd omdat het netdeel waarop [eisende partij] is aangesloten zijn capaciteitsgrens heeft bereikt en uitbreiding van het net noodzakelijk is. Liander heeft de weigering met redenen omkleed en voldaan aan artikel 24 lid 2 Elektriciteitswet Pro 1998.
De rechtbank wijst de vordering tot verhoging van het transportvermogen voor levering af, maar veroordeelt Liander wel tot het beschikbaar houden van het gecontracteerd transportvermogen voor teruglevering van 2.788 kW, conform een eerder vonnis. Tevens wordt [eisende partij] verboden meer dan 331 kW aan transportvermogen voor levering te gebruiken, met een dwangsom bij overtreding. De proceskosten worden deels gecompenseerd.
Uitkomst: Liander mag de gevraagde verhoging van het gecontracteerd transportvermogen voor levering weigeren vanwege fysieke congestie, maar moet het transportvermogen voor teruglevering handhaven.