Uitspraak
Rechtbank GELDERLANd
1.Het verdere procesverloop
2.De feiten
3.De vordering
4.De beoordeling
- kosten van de dagvaarding € 106,31
- griffierecht € 128,00
- salaris gemachtigde
Rechtbank Gelderland
De zaak betreft een geschil over de einddatum van een geliberaliseerde pachtovereenkomst tussen een verpachter en een pachter van een perceel. De overeenkomst was gesloten voor zes jaar van 1 september 2016 tot 31 augustus 2022, maar werd niet binnen de wettelijke termijn van twee maanden aan de Grondkamer ter goedkeuring ingezonden. Hierdoor is de pacht volgens de wet automatisch verlengd met een jaar tot 31 augustus 2023.
De verpachter vorderde in reconventie ontbinding van de pachtovereenkomst wegens vermeende tekortkomingen van de pachter, terwijl de pachter in conventie een verklaring voor recht vroeg dat de pacht eindigt in 2023. De rechtbank oordeelde dat de sanctie van artikel 7:322 BW Pro van toepassing is en dat de pachtovereenkomst dus tot 31 augustus 2023 loopt.
De verpachter stelde dat de pachter zijn recht op verlenging had verwerkt en dat dit onredelijk was, maar de rechtbank verwierp dit verweer. Ook werd onvoldoende onderbouwd dat de pachter tekort was geschoten, waardoor de ontbindingsvordering werd afgewezen. De proceskosten werden aan de verliezende partij opgelegd.
Uitkomst: De pachtovereenkomst eindigt op 31 augustus 2023 en de ontbindingsvordering wordt afgewezen.