ECLI:NL:RBGEL:2023:2222
Rechtbank Gelderland
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot terugverhuizing na eenhoofdig gezag en verhuizing kinderen
De vader, die het eenhoofdig gezag over de kinderen heeft, is zonder overleg met de moeder verhuisd naar een locatie 122 kilometer van haar woonplaats. De moeder vorderde in kort geding een verbod op deze verhuizing en een bevel tot terugverhuizing, met een dwangsom bij niet-nakoming. De rechtbank oordeelt dat de vader de verhuizing in beginsel mocht maken zonder toestemming van de moeder, gezien zijn eenhoofdig gezag.
De rechtbank toetst of de vader zijn verplichting tot bevordering van omgang tussen moeder en kinderen naleeft en of een bevel tot terugverhuizing noodzakelijk is om dit te waarborgen. Hoewel de verhuizing de bestaande omgangsregeling bemoeilijkt, leidt dit niet tot ernstige schade aan de belangen of ontwikkeling van de kinderen. De vader heeft alternatieven aangeboden om de omgang voort te zetten, maar de moeder kan deze door haar therapie niet accepteren.
De rechtbank weegt mee dat de oude woning wordt gesloopt, dat terugverhuizing praktisch onmogelijk is en dat het kind al is gestart op de nieuwe school. De omgangsregeling zal minimaal worden voortgezet en op termijn mogelijk worden uitgebreid. De vader wordt aangesproken op zijn handelswijze die het vertrouwen schaadt en wordt aangemoedigd het vertrouwen te herstellen. De vordering tot dwangsom en proceskosten wordt eveneens afgewezen.
Uitkomst: De vordering van de moeder tot terugverhuizing van de kinderen wordt afgewezen omdat de belangen van de kinderen niet ernstig worden geschaad.