De zaak betreft een kort geding tussen verhuurder en huurder over huurachterstand en ontruiming van een kamer met tuin. De verhuurder vordert betaling van €2.050,- huurachterstand, ontruiming binnen 48 uur na betekening, betaling van huur tot ontruiming, incassokosten en proceskosten. De huurder erkent niet meer in het gehuurde te wonen en betwist de hoogte van de huurachterstand, stelt betaling te hebben gedaan en voert opschorting/verrekening aan wegens gebreken.
De kantonrechter oordeelt dat ontruiming terecht is aangezien het gehuurde leeg staat en de huurder niet meer woont. De betaling van €2.050,- door de huurder op 4 april 2023 wordt erkend, maar indien reeds voldaan hoeft niet opnieuw betaald te worden. Opschorting van huurbetaling wordt afgewezen omdat de huurder geen vordering tot huurprijsvermindering heeft ingesteld en de verhuurder adequaat op gebreken heeft gereageerd. Verrekening wordt eveneens afgewezen omdat geen opeisbare tegenvordering is aangetoond.
De kantonrechter wijst de vordering tot betaling van huur vanaf 1 maart 2023 tot ontruiming toe, evenals de buitengerechtelijke incassokosten conform het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten. De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen na betekening, betaling van incassokosten en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.