Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2023:2388

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
20 april 2023
Publicatiedatum
24 april 2023
Zaaknummer
05-178835-22 (ontneming)
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e SrArt. 2 OpiumwetArt. 6:6:25 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit productie amfetamine

De rechtbank Gelderland heeft op 20 april 2023 uitspraak gedaan in een ontnemingszaak tegen een veroordeelde die betrokken was bij de productie van amfetamine in een drugslab. De officier van justitie vorderde een ontnemingsbedrag van €657.803,59, terwijl de verdediging stelde dat het voordeel beperkt was tot €3.000,00, het bedrag dat veroordeelde daadwerkelijk heeft ontvangen.

Tijdens de zitting werd vastgesteld dat veroordeelde sinds eind mei 2022 werkzaam was in het drugslab en in totaal €3.000,00 had verdiend. Uit het onderzoek bleek dat in het lab meerdere batches amfetamine waren geproduceerd, met een totale productie van 1.800 liter amfetamineolie. De rechtbank volgde een rapport waarin de totale opbrengst werd berekend op €3.060.000,00 en de kosten op €428.785,65, wat resulteerde in een wederrechtelijk verkregen voordeel van ruim €2,6 miljoen.

De rechtbank oordeelde echter dat veroordeelde slechts een ondergeschikte rol had en daarom slechts €3.000,00 aan voordeel had genoten. Dit werd bevestigd door WhatsApp-berichten op zijn telefoon. De rechtbank legde hem daarom op dit bedrag aan ontnemingsmaatregel te voldoen en bepaalde de maximale gijzelingstermijn op 60 dagen.

De beslissing is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht en werd genomen door de meervoudige kamer van de rechtbank Gelderland te Arnhem.

Uitkomst: Veroordeelde wordt veroordeeld tot betaling van €3.000,00 als ontnemingsmaatregel met een maximale gijzelingstermijn van 60 dagen.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Tegenspraak
Parketnummer : 05.178835.22 (ontneming)
Datum uitspraak : 20 april 2023
uitspraak van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[veroordeelde],
geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats/-land] ,
op dit moment gedetineerd in de P.I. [P.I.] .
Raadsman: mr. T.J.F. Wassenaar, advocaat in ‘s-Hertogenbosch.

1.De inhoud van de vordering

De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel, welk voordeel door de officier van justitie is geschat op € 657.803,59.

2.De procedure

De zaak is op een openbare terechtzitting onderzocht. Daarbij zijn veroordeelde en zijn raadsman verschenen.

3.De beoordeling van de vordering

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de ontnemingsvordering dient te worden toegewezen.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat, gelet op het reparatoire karakter van de ontnemingsmaatregel en het voordeel dat veroordeelde daadwerkelijk heeft behaald, het ontnemingsbedrag moet worden vastgesteld op een bedrag van € 3.000,00, dan wel aanzienlijk moet worden gematigd.
Beoordeling door de rechtbank
Op basis van het ter terechtzitting gehouden onderzoek in samenhang met de inhoud van het procesdossier, het vonnis van heden in de onderliggende strafzaak en de daaraan ontleende bewijsmiddelen, stelt de rechtbank vast dat veroordeelde zich - onder meer - schuldig heeft gemaakt aan het tezamen en in vereniging opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder B en C van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid amfetamine.
In het vonnis worden [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2] ) en [medeverdachte 3] als medeverdachten van veroordeelde genoemd.
De rechtbank is van oordeel dat aannemelijk is dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft genoten en baseert zich op de volgende bewijsmiddelen. [1]
Op 15 juli 2022 is in de loods aan de [adres] een drugslab aangetroffen. Op het moment van de ontdekking van het drugslab was een productieproces gaande. In de RVS reactieketel, die op dat moment werd afgetapt, werd na onderzoek 640 liter amfetamine-base (olie) aangetroffen. In de loods is verder een groot aantal 1000-liter-containers (IBC’s) aangetroffen met amfetamine en BMK gerelateerd afval en amfetamine en BMK gerelateerde hulpstoffen. Gezien de hoeveelheid gebruikte hulp- en grondstoffen, de hoeveelheid productie gerelateerd afval, komt de Landelijke Faciliteit Ontmantelen tot de conclusie dat met behulp van de aanwezige productiemiddelen meerdere batches moeten zijn vervaardigd. [2]
Veroordeelde heeft verklaard dat hij sinds 31 mei 2022 werkzaam is het lab. Hij heeft om de week gewerkt, de ene week wel en de andere week niet, gedurende een periode van vier dagen. Hij heeft € 250,00 per dag verdiend. Per keer heeft hij dus € 1.000,00 verdiend. In de periode tussen 31 mei 2022 en 15 juli 2022 heeft hij vier keer gewerkt. Voor de vierde keer heeft hij geen geld gekregen, wat maakt dat hij in totaal € 3.000,00 heeft verdiend. [3]
De rechtbank gaat er op grond van deze bewijsmiddelen van uit dat in de periode van 31 mei 2022 tot en met 15 juli 2022 – naast de productiecyclus die heeft geleid tot de 640 liter amfetamineolie die is aangetroffen bij de ontdekking van het drugslab – in drie eerdere cycli in totaal drie batches amfetamine zijn vervaardigd. Gelet op de hoeveelheid van 640 liter amfetamineolie die was aangetroffen bij de ontdekking van het drugslab, wat de opbrengst was van de vierde productiecyclus, gaat de rechtbank uit van een hoeveelheid van (ten minste) 600 liter amfetamineolie per batch/productieweek.
Het gezamenlijk door veroordeelde en zijn medeverdachten wederrechtelijk verkregen voordeel uit de drugsproductie kan worden gesteld op de aldus geproduceerde 1.800 liter amfetamineolie, althans op het geldbedrag dat overeenstemt met de (groothandels)waarde daarvan, na aftrek van de daarvoor gemaakte kosten.
Er is onderzoek ingesteld naar het wederrechtelijk verkregen voordeel van verdachten. Hiervan is een rapport opgemaakt. In het rapport wordt uitgegaan van het volgende.
Opbrengsten
In totaal is 1.800 liter amfetamine-base (olie) vervaardigd. In de eerste helft van 2022 bedroeg de aflab-/groothandelprijs voor amfetamineolie € 1.700,00 per liter. In totaal zijn de opbrengsten van het drugslab vastgesteld op 1.800 liter x € 1.700,00 =
€ 3.060.000,00.
Kosten
Bij de berekening van de kosten wordt uitgegaan van benodigde chemicaliën en hardware. In het proces-verbaal onkosten amfetamineproductie 2021 wordt ervan uitgegaan dat de kostprijs aan benodigde stoffen/chemicaliën voor de omzetting van 1 liter BMK in 0,95 liter amfetamineolie € 201,47 betreft (uitgaande van zelf geproduceerde BMK). Voor 1.800 liter amfetamine-base (olie) is 1895 liter BMK nodig. De kosten voor de benodigde chemicaliën worden vastgesteld op € 201,47 x 1895 liter = € 381.785,65.
In het drugslab zijn twee gedemonteerde, gebruikte en bevuilde stoomdestillatie-opstellingen aangetroffen. Ook is een reactieketel aangetroffen met een inhoudsmaat van 3.500 liter.
Voor de hardware zijn de kosten berekend zoals opgenomen in onderstaande tabel:
Reactievat/ketel (3.500 liter)
€ 17.500,00
(stoom) destillatieopstelling (2 keer)
€ 25.000,00
Overig (laboratorium) materiaal en vaatwerk
€ 3.500,00
Overig klein materiaal / gereedschap
€ 1.000,00
Totaal
€ 47.000,00
De totale kosten voor chemicaliën en hardware bedragen derhalve
€ 428.785,65.
Wederrechtelijk verkregen voordeel
Het totale wederrechtelijk verkregen voordeel is vastgesteld op (opbrengst minus kosten) € 3.060.000,00 - € 428.785,65 =
€ 2.631.214,35. [4]
De rechtbank volgt het rapport en komt tot de conclusie dat het totale wederrechtelijk verkregen voordeel uit het drugslab € 2.631.214,35 bedraagt.
Verdeling
Anders dan gevorderd door de officier van justitie, is de rechtbank mede op basis van de verklaringen van veroordeelde van oordeel dat hij niet voor een gelijk deel heeft meegedeeld in de opbrengst van het drugslab, maar dat hij slechts € 3.000,00 aan voordeel heeft genoten, het geld dat hij voor zijn werkzaamheden heeft gekregen en wat hem is uitbetaald door [medeverdachte 2] . Dit stemt overeen met zijn meer ondergeschikte rol. Dat de opbrengst voor veroordeelde € 3.000,00 was, vindt bevestiging in de in zijn telefoon aangetroffen WhatsApp-gesprekken met zijn vriendin waarin hij schrijft dat hij voor zijn werk in het lab € 1.000,00 per week krijgt betaald. [5]
Op grond hiervan is de rechtbank dan ook van oordeel dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft verkregen tot een bedrag van € 3.000,00 en zal hem veroordelen tot betaling van dit bedrag aan de Staat.
Bij het opleggen van een ontnemingsmaatregel bepaalt de rechtbank ex art. 36e lid 11 Sr de duur van de gijzeling die met toepassing van art. 6:6:25 Sv Pro kan worden gevorderd. De rechtbank heeft daarbij gelet op de uitgangspunten zoals geformuleerd door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht. De duur van de gijzeling zal dan ook worden bepaald op 60 dagen.

4.De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.

5.De beslissing

De rechtbank:
- stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van € 3.000,00;
- legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van dit bedrag;
- bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste door de officier van justitie kan worden gevorderd met toepassing van artikel 6:6:25 van Pro het Wetboek van Strafvordering op 60 dagen.
Aldus gegeven door mr. T.P.E.E. van Groeningen (voorzitter), mr. M.W.R. Koch en mr. R.D. Leen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.J. Damen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 20 april 2023.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2022320517, gesloten op 12 december 2022 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Proces-verbaal van bevindingen ondersteuning LFO, ZD01-65 en ZD01-66.
3.Proces-verbaal van het verhoor van [veroordeelde] , PD02-65.
4.Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel per delict, ZD01-692 t/m ZD01-702.
5.Proces-verbaal van bevindingen ZD01-505 tot en met ZD01-507.