Uitspraak
1.[eis.hfdz./eis.inc. 1] ,
2.
[eis.hfdz./eis.inc. 2],
1.De procedure
- de conclusie van antwoord in incident.
Rechtbank Gelderland
In deze civiele zaak vordert de eigenaar van een perceel (eiser) een voorlopige voorziening op grond van artikel 223 Rv Pro om te voorkomen dat de eigenaar van het aangrenzende perceel (gedaagde) het gebruik van een weg op diens perceel belemmert. Eiser stelt dat hij rechthebbende is van een erfdienstbaarheid van weg, althans dat deze door verjaring is ontstaan, en dat het plaatsen van een hek door gedaagde op 15 januari 2023 het gebruik van deze weg belemmerde.
Gedaagde betwist het bestaan van een erfdienstbaarheid en stelt dat eiser een alternatieve uitweg heeft, hoewel deze minder goed begaanbaar is. Gedaagde is wel bereid het gebruik van haar perceel tijdelijk toe te staan totdat de hoofdzaak is beslist. De rechtbank weegt de belangen en oordeelt dat het belang van eiser bij onbelemmerd gebruik zwaarder weegt dan het belang van gedaagde om het perceel af te sluiten.
De rechtbank bepaalt daarom dat gedaagde het gebruik van de weg niet mag belemmeren voor de duur van de procedure. De gevorderde dwangsom wordt afgewezen omdat gedaagde vrijwillig aan het vonnis zal voldoen. De beslissing over de kosten wordt aangehouden tot de hoofdzaak is afgerond. De hoofdzaak zelf wordt aangehouden totdat gedaagde een conclusie van antwoord heeft ingediend.
Uitkomst: De rechtbank verbiedt de eigenaar van het dienend erf het gebruik van de erfdienstbaarheid te belemmeren gedurende de procedure.