Op 23 juni 2018 stak de verdachte het slachtoffer eenmaal met een groot mes in de rug tijdens een conflict in Hulshorst. Het slachtoffer liep een steekwond op nabij vitale organen, wat ernstig letsel kon veroorzaken. De officier van justitie stelde dat sprake was van poging tot doodslag, waarbij voorwaardelijk opzet werd aangenomen.
De verdachte verklaarde dat hij werd aangevallen door het slachtoffer, die hem naar de grond werkte en zijn keel dichtkneep. De rechtbank vond de verklaring van de verdachte geloofwaardig, mede ondersteund door medische rapporten die tekenen van verwurging bevestigden. Daarnaast was er bewijs dat het slachtoffer agressief was en hard op de deur bonkte.
De rechtbank oordeelde dat er sprake was van een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding en dat de verdachte zich mocht verdedigen. Het enkele feit dat het letsel beperkt bleef, deed hieraan niets af. Het gebruik van het mes werd niet als disproportioneel gezien in de context van het geweld van het slachtoffer.
Daarom werd het beroep op noodweer gegrond verklaard en werd de verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging. De rechtbank sprak de verdachte vrij van het ten laste gelegde, ondanks dat het feit wettig en overtuigend bewezen was.