Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[A] B.V., gevestigd in [plaats B] , eiser
Inleiding
Wat ging aan deze procedure vooraf
Wat vindt het UWV
.
Rechtbank Gelderland
De zaak betreft het beroep van een ex-werkgever tegen het besluit van het UWV om aan een ex-werknemer een WIA-uitkering toe te kennen met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 62,64% per 2 september 2021.
De ex-werkgever betwist de medische grondslag van het besluit en stelt dat bepaalde klachten onvoldoende zijn onderzocht en dat de beperkingen onvoldoende onderbouwd zijn. Hij overlegt twee rapporten van een medisch adviseur die twijfels uit over de volledigheid en motivatie van het medisch onderzoek.
De rechtbank oordeelt dat het UWV zorgvuldig heeft gehandeld, dat de verzekeringsarts alle relevante medische informatie heeft meegewogen en dat het medisch onderzoek adequaat is uitgevoerd. De rechtbank volgt de verzekeringsarts in zijn motivering en ziet geen aanleiding tot een nieuw medisch onderzoek.
De arbeidskundige beoordeling is eveneens niet in geschil, en de rechtbank bevestigt dat de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid van 62,64% terecht is vastgesteld. Het beroep van de ex-werkgever wordt ongegrond verklaard en hij krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het UWV heeft terecht de WIA-uitkering vastgesteld op 62,64% arbeidsongeschiktheid.