Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.DUTCHYARD REAL ESTATE B.V.,
2.
STICHTING DUTCHYARD,
Rechtbank Gelderland
Stichting Dutchyard en Dutchyard Real Estate vorderden schadevergoeding van Liander wegens een niet-tijdige verzwaring van de elektriciteitsaansluiting van een pand. De verzwaring was noodzakelijk voor het horecabedrijf dat het pand huurde. Liander had de aansluiting vervangen, maar met een verbruiksbegrenzer die de capaciteit beperkte.
Dutchyard baseerde haar vordering primair op een tekortkoming in de nakoming van een overeenkomst met Liander, subsidiair op een onrechtmatige daad wegens schending van de Electriciteitswet 1998. De rechtbank constateerde echter dat Dutchyard onvoldoende duidelijk had gemaakt wie de contractspartij was en wie de schade had geleden. De dagvaarding en mondelinge behandeling toonden onduidelijke en tegenstrijdige stellingen over de betrokken rechtspersonen (Stichting of B.V.).
De rechtbank oordeelde dat Dutchyard niet aan haar stelplicht had voldaan door onvoldoende en tegenstrijdige feiten te stellen over de overeenkomst, de contractspartij en de schade. Hierdoor kon Liander niet adequaat verweer voeren. Dutchyard kreeg geen gelegenheid tot aanvulling van haar stellingen omdat zij daartoe al ruimschoots de kans had gehad. De vorderingen werden afgewezen en Dutchyard werd hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van Dutchyard worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en zij worden hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten.