Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.[eiser sub 1] ,
2.
[eiser sub 2],
1.De procedure
2.Kern van de zaak
3.De feiten
4.Het geschil
€ 400,- voor hen niet meer haalbaar is;
Rechtbank Gelderland
Eisers stelden dat Rabobank in 2003 een te hoge hypothecaire lening had verstrekt zonder adequaat inkomenstoetsing en waarschuwing, waardoor zij overkrediteerd raakten en met restschuld bleven zitten. Rabobank verweerde zich met verjaring, klachtplicht en ontkende overkreditering.
De rechtbank oordeelde dat de klachtplicht niet van toepassing is op onrechtmatige daad en dat het beroep op verjaring faalt omdat eisers niet tijdig bekend waren met de onrechtmatige gedraging en aansprakelijkheid. De zorgplicht van de bank in 2003 vereist dat zij informatie over inkomen en vermogen inwint en de consument waarschuwt voor risico’s.
De rechtbank stelde vast dat Rabobank het inkomen van eisers mocht aannemen zoals opgegeven en dat zij in de offerte duidelijk wees op hoge woonlasten en risico’s. Er was geen sprake van onverantwoorde kredietverstrekking of schending van de zorgplicht. De vorderingen van eisers werden daarom afgewezen.
De reconventionele vorderingen van Rabobank tot verklaringen voor recht werden eveneens afgewezen wegens gebrek aan belang. Proceskosten werden gecompenseerd. Het vonnis werd gewezen door mr. M. van Harten op 31 mei 2023.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eisers en Rabobank af en compenseert de proceskosten.