Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
€ 9.000,00 ZEGGE NEGENDUIZEND EURO
€ 8.000,00 ZEGGEACHTDUIZEND EURO
Rechtbank Gelderland
De zaak betreft een geldleningsovereenkomst tussen eiser en gedaagde waarbij gedaagde een schuld van €17.000 had, terug te betalen in maandelijkse termijnen van €250 zonder rente. Eiser vorderde betaling van €10.750 wegens het niet nakomen van de betalingsverplichting vanaf januari 2022.
Gedaagde stelde dat eiser het openstaande bedrag op 30 april 2021 had kwijtgescholden. Eiser betwistte dit, maar gaf aan dit wel te hebben willen doen zonder dit schriftelijk vast te leggen. Gedaagde bracht een geluidsopname en een app-bericht in waaruit blijkt dat eiser een aanbod tot afstand van zijn vorderingsrecht had gedaan.
De kantonrechter oordeelde dat het aanbod tot afstand vormvrij is en voldoende is onderbouwd door gedaagde. Omdat eiser het aanbod niet onverwijld heeft afgewezen, is de verbintenis op grond van artikel 6:160 BW Pro teniet gegaan. De vordering tot betaling en nevenvorderingen worden afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten, die nihil worden vastgesteld aan de zijde van gedaagde.
Uitkomst: De vordering tot betaling wordt afgewezen omdat de verbintenis teniet is gegaan door afstand van het vorderingsrecht.