Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.De procedure
- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 11 oktober 2022
- het proces-verbaal van tegenverhoor van 2 februari 2023
Rechtbank Gelderland
De zaak betreft een civiel geschil over de kwalificatie van verstrekte bedragen tussen partijen: eisende partij stelt dat het geldleningen zijn, terwijl gedaagde partij spreekt van schenkingen en een recht op eeuwig gebruik van manegefaciliteiten.
De rechtbank heeft uitgebreid bewijs verzameld, waaronder getuigenverklaringen van betrokkenen en deskundigen, en concludeert dat de bedragen van circa €190.000 als geldleningen moeten worden aangemerkt. De vermeende afspraken over schenkingen en eeuwigdurend gebruik konden niet worden bewezen.
Verder is vastgesteld dat partijen in april 2018 een verrekeningsafspraak sloten waarbij maandelijkse pensionkosten werden verrekend met de leningen. De rechtbank wijst vernietiging van deze afspraak af wegens gebrek aan bewijs van bedrog of misbruik.
De terugbetaling van de lening wordt vastgesteld op maandelijkse termijnen van €3.000, met verrekening van pensionkosten zolang eisende partij de paarden berijdt. Daarnaast worden buitengerechtelijke kosten, beslagkosten en proceskosten toegewezen aan eisende partij.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde partij wordt veroordeeld tot terugbetaling van €156.000 in maandelijkse termijnen van €3.000 met verrekening van pensionkosten en betaling van bijkomende kosten.