ECLI:NL:RBGEL:2023:3383
Rechtbank Gelderland
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid rechtbank Den Haag voor grensoverschrijdende geschillen in bestuursrechtelijke rechtsbijstand
De rechtbank Gelderland behandelde het verzet tegen haar eerdere uitspraak waarin zij zich onbevoegd verklaarde kennis te nemen van bestuursrechtelijke beroepen van opposant tegen de Raad voor de Rechtsbijstand. Opposant stelde dat de bevoegdheid niet langer exclusief bij de rechtbank Den Haag ligt, omdat de wettelijke regeling hierover is vervallen. De rechtbank overwoog dat ondanks het ontbreken van een expliciete wettelijke bevoegdheidsregeling, jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en de rechtbank Den Haag voldoende grondslag biedt om de exclusieve bevoegdheid van de rechtbank Den Haag te handhaven.
De rechtbank benadrukte dat de grensoverschrijdende aard van de geschillen doorslaggevend is voor de bevoegdheidsvraag en dat de rechtbank Den Haag op meerdere rechtsgebieden als enige rechtbank bevoegd is voor internationale kwesties. Opposant kon geen vergelijkbare gevallen aantonen waarin de rechtbank Gelderland zich bevoegd verklaarde, waardoor het beroep op het gelijkheidsbeginsel niet slaagde.
Het verzet werd ongegrond verklaard en de beroepen worden doorverwezen naar de rechtbank Den Haag. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is definitief en niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: De rechtbank Gelderland verklaart zich onbevoegd en verwijst de beroepen door naar de rechtbank Den Haag.