In deze kort gedingprocedure vordert de verhuurder ontruiming van een woning die aan huurders is verhuurd op basis van een huurovereenkomst voor bepaalde tijd met een diplomatenclausule. De huurovereenkomst loopt onherroepelijk af op 30 juni 2023, waarna de verhuurder de woning zelf wil betrekken. De verhuurder heeft de huur opgezegd en gesteld dat de huurders de woning na afloop van de huurtermijn moeten ontruimen.
De huurders betwisten dat de verhuurder de woning zelf wil betrekken en stellen dat hij de woning wil verkopen. Zij voeren verweer tegen de ontruimingsvordering en betwisten het spoedeisend belang. De kantonrechter oordeelt dat het spoedeisend belang wel aanwezig is gezien de naderende einddatum van de huurovereenkomst.
Echter, de verhuurder heeft onvoldoende onderbouwd dat hij de woning zelf wil betrekken. Er is geen bewijs geleverd van een concrete intentie om de woning te betrekken, en ook ontbreekt onderbouwing van een noodzaak tot verhuizing. Gezien het beperkte bewijs en het karakter van de kort gedingprocedure, wordt de vordering afgewezen.
De kantonrechter benadrukt de terughoudendheid die bij ontruiming in kort geding moet worden betracht vanwege de ingrijpende gevolgen voor de huurders. De verhuurder wordt veroordeeld in de proceskosten van de huurders.