Eiser, met Turkse nationaliteit, vertrok in 2018 naar Spanje waar zijn zoon bij zijn moeder verbleef. Hij verbleef in Spanje, werkte daar en zat van juni 2020 tot oktober 2021 in detentie in Nederland. Hij vroeg kinderbijslag aan voor het eerste tot en met derde kwartaal van 2021, maar de SVB wees dit af omdat eiser niet voldeed aan de verzekeringsvoorwaarden.
De SVB kwalificeerde eiser als migrerend derdelander zonder woonplaats in Nederland, waardoor de Nederlandse wetgeving niet van toepassing was. Eiser stelde dat hij wel recht had op kinderbijslag omdat hij onderhoudsgeld stuurde en sinds 2008 in Nederland woonde, met uitzondering van zijn detentieperiode.
De rechtbank oordeelde dat eiser in de periode in geding geen woonplaats in Nederland had, omdat hij sinds 2018 in Spanje woonde en zijn verblijf in Nederland na zijn arrestatie niet vrijwillig was. Zijn inschrijving en zorgverzekering in Nederland waren onvoldoende om woonplaats aan te nemen.
Daarom was de SVB terecht in het afwijzen van de kinderbijslag. De rechtbank passeerde een gebrek in de besluitvorming en veroordeelde de SVB tot vergoeding van het betaalde griffierecht.