ECLI:NL:RBGEL:2023:3808

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
6 juli 2023
Publicatiedatum
6 juli 2023
Zaaknummer
C/05/420335 / KG ZA 23-192
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 556 lid 1 RvArt. 555 RvArt. 557 RvArt. 444 RvArt. 3 Politiewet
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming krakers en verbod op herbezetting van onroerende zaak

In deze kort geding procedure vordert een besloten vennootschap de ontruiming van een onroerende zaak die door krakers wordt bewoond. De gedaagden zijn niet verschenen, waarna verstek tegen hen is verleend.

De voorzieningenrechter wijst de vordering tot ontruiming toe en bepaalt dat de krakers binnen drie dagen na betekening van het vonnis het pand moeten verlaten en ontruimd moeten opleveren. Tevens wordt een verbod opgelegd om het pand gedurende één jaar na ontruiming te (her)bezetten.

De gevorderde machtiging aan eiseres om de ontruiming zelf met inzet van de sterke arm uit te voeren wordt afgewezen, aangezien dit exclusief het terrein is van de deurwaarder. De deurwaarder mag de politie inschakelen zonder rechterlijke machtiging.

Gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten en de wettelijke rente en nakosten worden toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot ontruiming binnen drie dagen en een verbod op herbezetting van het pand voor één jaar.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Arnhem
zaaknummer / rolnummer: C/05/420335 / KG ZA 23-192
Vonnis in kort geding van 6 juli 2023
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eiseres],
gevestigd te [plaats],
eiseres,
advocaat mr. V.T. Acar te Rotterdam,
tegen
ZIJ DIE VERBLIJVEN IN DE ONROERENDE ZAAK OF GEDEELTE DAARVAN, STAANDE EN GELEGEN AAN [adres], [kadastrale gegevens],
gedaagden,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna [eiseres] en gedaagden worden genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding met producties 1 tot en met 12
  • de mondelinge behandeling, gehouden op 3 juli 2023
  • het tijdens de behandeling tegen gedaagden verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
Het gevorderde komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen.
2.2.
De mede gevorderde machtiging op [eiseres] om de ontruiming zo nodig zelf, met inroeping van de sterke arm, uit te doen voeren, wordt afgewezen. Uit artikel 556 lid 1 Rv Pro volgt dat [eiseres] de ontruiming niet zelf ter hand mag nemen en dat gedwongen ontruiming het exclusieve terrein is van de deurwaarder. Op grond van de parlementaire geschiedenis van artikel 3:297 BW Pro heeft [eiseres] voldoende aan een ontruimingsvonnis om de deurwaarder te mogen inschakelen indien gedaagden niet vrijwillig tot ontruiming overgaan. [eiseres] heeft dus geen rechterlijke machtiging nodig om de hulp van de deurwaarder in te schakelen. Voorwaarde is dat het ontruimingsvonnis door de deurwaarder aan gedaagden wordt betekend en dat aan gedaagden overeenkomstig het bepaalde in artikel 555 Rv Pro bevel wordt gedaan om binnen drie dagen te ontruimen. De deurwaarder zelf behoeft geen rechterlijke machtiging om bevoegd te zijn de hulp van de sterke arm van politie en justitie in te roepen indien de deuren gesloten zijn, of de opening geweigerd wordt. Die bevoegdheid ontleent hij immers rechtstreeks aan artikel 557 Rv Pro, waarin artikel 444 Rv Pro van overeenkomstige toepassing wordt verklaard. Voorziet de deurwaarder problemen bij de ontruiming, dan kan hij op grond van artikel 3 Politiewet Pro - zonder dat daartoe een machtiging van de rechter nodig is - bijstand van de politie inroepen.
2.3.
Gedaagden zullen als de in het ongelijk gestelde partij hoofdelijk in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiseres] worden begroot op:
- betekening oproeping € 106,73
- griffierecht 676,00
- salaris advocaat
697,00
Totaal € 1.479,73
2.4.
De gevorderde wettelijke rente en nakosten zullen worden toegewezen als na te melden.

3.De beslissing

De voorzieningenrechter
3.1.
veroordeelt gedaagden om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis de onroerende zaak en toebehoren aan [adres], [kadastrale gegevens] (hierna: het gehuurde) blijvend te verlaten, met al het hunne en de hunnen, en ontruimd ter beschikking te stellen aan [eiseres], met bepaling dat eventuele kosten van gedwongen ontruiming voor rekening van gedaagden, die het gehuurde bezet houden, zijn,
3.2.
bepaalt dat deze veroordeling binnen de in artikel 557a lid 3 Rv genoemde termijn van een jaar ook ten uitvoer zal kunnen worden gelegd tegen een ieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging daar bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer dat zich voordoet,
3.3.
verbiedt gedaagden om het gehuurde te (her)bezetten gedurende een periode van één jaar na de ontruiming van het gehuurde,
3.4.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk, in die zin dat voor zover de een betaalt ook de anderen zullen zijn bevrijd tot het bedrag van die betaling, in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op € 1.479,73, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang van de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,
3.5.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk, in die zin dat voor zover de een betaalt ook de anderen zullen zijn bevrijd tot het bedrag van die betaling, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 173,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat gedaagden niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 90,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente over de nakosten met ingang van de veertiende dag na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,
3.6.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.T. Boks en in het openbaar uitgesproken op 6 juli 2023.