Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 juli 2023
in de zaak tussen
[Eiser A] , uit [plaats B] , eiser
[C] B.V.te [plaats B] (vergunninghouder)
Rechtbank Gelderland
De rechtbank Gelderland heeft op 10 juli 2023 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak over een handhavingsverzoek tegen een vergunninghouder die arbeidsmigranten huisvest. Het verzoek was gericht op het handhaven van drie voorwaarden uit een omgevingsvergunning van 14 maart 2022.
De eiser stelde dat de vergunninghouder niet tijdig beschikte over een vereist certificaat, dat de landschappelijke inpassing niet conform voorschriften was uitgevoerd en dat de buitenruimte onvoldoende was. De rechtbank oordeelde dat het relativiteitsvereiste verhinderde dat de eisers belang werd beschermd bij het certificaat, dat de toezichthouder voldoende feiten had vastgesteld over de haag en dat de buitenruimte aanwezig was zoals vereist.
De rechtbank concludeerde dat het college van burgemeester en wethouders terecht het handhavingsverzoek had afgewezen en verklaarde het beroep ongegrond. De eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak kan worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het handhavingsverzoek is ongegrond verklaard en het besluit van het college bevestigd.