Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND, locatie Zutphen
1.De procedure
- het schriftelijke wrakingsverzoek van 23 juni 2023;
- de schriftelijke reactie van 27 juni 2023 van de rechter.
Rechtbank Gelderland
Verzoekster heeft in een civielrechtelijke kantonprocedure een tweede wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die de zaak behandelt. Dit opvolgend verzoek bouwt voort op het eerste wrakingsverzoek, waarop reeds een beslissing is genomen en dat uitgebreid is behandeld, inclusief een mondelinge zitting.
De wrakingskamer overweegt dat een rechter alleen gewraakt kan worden bij objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid, waarvoor concrete nieuwe feiten moeten worden aangevoerd. Verzoekster heeft echter geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd die na het eerste wrakingsverzoek bekend zijn geworden.
Daarom verklaart de wrakingskamer het tweede wrakingsverzoek ongegrond en stelt zij dat verdere wrakingsverzoeken van verzoekster in deze procedure niet meer in behandeling worden genomen om onredelijke vertraging van de rechtspleging te voorkomen. Een mondelinge behandeling van het verzoek vindt niet plaats omdat het debat hierover niet aan de orde is.
Uitkomst: Het opvolgend wrakingsverzoek wordt ongegrond verklaard en verdere wrakingsverzoeken van verzoekster worden niet meer in behandeling genomen.