Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Winterswijk om een omgevingsvergunning te verlenen voor recreatie met volwaardige horeca in plaats van recreatie met ondersteunende horeca. Daarnaast verzocht eiser om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter stelde vast dat het bestreden besluit alleen nog betrekking heeft op de periode van april tot en met mei 2023, waarin vergunninghoudster volwaardige horeca mag aanbieden. Eiser voerde aan dat de vergunning onterecht is verleend omdat er geen omgevingsvergunning is verleend voor een geluidreducerende behuizing, wat volgens eiser noodzakelijk is voor een goede ruimtelijke ordening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het besluit van 2 mei 2018, waarin de omgevingsvergunning voor het bouwwerk is verleend zonder geluidreducerende behuizing, in deze procedure niet meer ter discussie kan worden gesteld. De beroepsgronden van eiser zien niet op het bestreden besluit van 6 oktober 2022 en kunnen daarom niet leiden tot een gegrond beroep. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd eveneens afgewezen.
De voorzieningenrechter adviseert partijen om in gesprek te blijven over eventuele verlenging van de vergunning en de bouw van een volwaardig pand, waarbij de geluidreducerende behuizing relevant kan zijn.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.