Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
[handelsnaam 1] ,
[eiser 2], in zijn hoedanigheid van vennoot van eiseres sub 1,
[eiseres 3], in haar hoedanigheid van vennoot van eiseres sub 1,
1.De procedure
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 5
- de akte overlegging producties van [gedaagde] met bijgevoegd producties 1 tot en met 10
- de brief van 4 juli 2023 van [eisers 1 t/m 3] met bijgevoegd producties 6 tot en met 8
- de mondelinge behandeling, gehouden op 4 juli 2023
- ter zitting door [gedaagde] overlegde factuur van 24 januari 2023
- de pleitnota van [eisers 1 t/m 3] , tevens houdende een wijziging/aanvulling van eis
- de pleitnota van [gedaagde] .
3.Het geschil
4.De beoordeling
de overeenkomst wordt stilzwijgend met een tijdvak van twee jaar verlengd, tenzij opzegging heeft plaatsgevonden’.In lid 3 van dit artikel staat dat daarbij een opzegtermijn van zes maanden in acht moet worden genomen. Hieruit volgt niet dat opzegging slechts mogelijk is tegen het einde van het tijdvak van twee jaar en dat de franchiseovereenkomst, zoals [eisers 1 t/m 3] kennelijk betogen, bij gebreke van rechtsgeldige opzegging tegen het einde van die twee jaar met inachtneming van een opzegtermijn van zes maanden pas weer kan worden opgezegd tegen het einde van het daaropvolgende tijdvak van twee jaar. Indien [eisers 1 t/m 3] dat zouden hebben willen bedingen, dan had het op de weg gelegen dat in de franchiseovereenkomst, waarvan de inhoud door [eisers 1 t/m 3] is opgesteld, uitdrukkelijk op te nemen.
1.079,00