Verzoeker maakte bezwaar tegen de evenementenvergunning voor de kermis in Zutphen van 30 augustus tot en met 3 september 2023, omdat een grote attractie zeer dicht bij zijn woning zou worden geplaatst, wat naar zijn zeggen onduldbare overlast veroorzaakt.
De voorzieningenrechter beoordeelde het spoedeisend belang en de kans van slagen van het bezwaar. Uit eerdere uitspraken over de vergunningen van 2021 en 2022 bleek dat de burgemeester onvoldoende had gemotiveerd dat plaatsing van grote attracties nabij de woning zonder onduldbare overlast mogelijk was. Deze situatie was in 2023 niet wezenlijk anders.
Daarom concludeerde de voorzieningenrechter dat de bezwaargronden een redelijke kans van slagen hebben en dat de belangen van verzoeker zwaarder wegen dan die van de vergunninghouder. De voorlopige voorziening werd toegewezen, waarbij de plaatsing van grote attracties op minder dan 5 meter van de woning werd verboden totdat op het bezwaar is beslist.
De burgemeester moet het griffierecht aan verzoeker vergoeden. Tevens werd opgemerkt dat de burgemeester zich in het besluit op bezwaar moet uitlaten over zijn bevoegdheid tot het verlenen van ontheffing geluidhinder, die formeel bij het college van burgemeester en wethouders ligt.