Deze bestuursrechtelijke uitspraak betreft beroepen tegen evenementenvergunningen voor de kermis in Zutphen in 2021 en 2022, waarbij eiser bezwaar maakte tegen de plaatsing van een grote attractie zeer dicht bij zijn woning. De burgemeester had de bezwaren ongegrond verklaard en de vergunningen verleend.
De rechtbank oordeelt dat eiser nog steeds procesbelang heeft bij beoordeling van de beroepen, omdat de uitkomst gevolgen kan hebben voor toekomstige vergunningaanvragen. Hoewel de burgemeester voldoende heeft gemotiveerd dat de geluidsoverlast van de kermis in het algemeen niet onduldbaar is, is dat niet het geval voor de specifieke plaatsing van een grote attractie op circa 40 centimeter van de gevel van de woning van eiser.
De rechtbank stelt vast dat de burgemeester onvoldoende heeft toegelicht waarom juist deze grote attractie op die locatie kan worden geplaatst zonder onduldbare overlast voor eiser. De motivering voldoet niet aan het motiveringsbeginsel, waardoor de besluiten op bezwaar voor zover zij de grote attractie betreffen worden vernietigd. De rechtsgevolgen van de besluiten blijven echter in stand omdat de kermissen al hebben plaatsgevonden.
De burgemeester wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht aan eiser. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige belangenafweging en motivering bij vergunningverlening die overlast kan veroorzaken voor omwonenden.