ECLI:NL:RBGEL:2023:4452

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
2 augustus 2023
Publicatiedatum
2 augustus 2023
Zaaknummer
412675
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beslissing RC
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 186 RvArt. 166 RvArt. 20 RvArt. 191 lid 1 Rv
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek aanvullende getuigen in voorlopig getuigenverhoor wegens goede procesorde

In deze civiele procedure heeft de rechter-commissaris het verzoek van verzoekers om vijf aanvullende getuigen te horen in het kader van een voorlopig getuigenverhoor afgewezen. Verzoekers stelden dat de aanvullende getuigen nodig waren om hun stelling van verkrijgende verjaring van een erfdienstbaarheid te onderbouwen, omdat verweerders deze stelling bleven betwisten.

De rechter-commissaris overwoog dat het horen van meer getuigen slechts kan worden geweigerd indien de goede procesorde en de belangenafweging dit vereisen. Hoewel het horen van getuigen bijdraagt aan de waarheidsvinding, moet dit belang worden afgewogen tegen het belang van een doelmatige en voortvarende rechtspleging.

Verzoekers hebben onvoldoende onderbouwd dat de aanvullende getuigen relevante feiten kunnen aanbrengen die bijdragen aan de beslissing van het geschil. Het belang van verweerders bij een snelle en efficiënte procedure weegt daarom zwaarder. Tevens werd een verzoek tot mondelinge behandeling afgewezen, omdat deze niet bijdraagt aan een doelmatige rechtspleging.

Als gevolg hiervan is het voorlopig getuigenverhoor gesloten en zijn de verzoeken van verzoekers afgewezen.

Uitkomst: Verzoek tot het horen van aanvullende getuigen en mondelinge behandeling wordt afgewezen wegens strijd met de goede procesorde.

Uitspraak

[NAW verweerder]
datum
2 augustus 2023
contactpersoon
[naam griffier]
doorkiesnummer
11502
ons kenmerk
C/05/412675 / HA RK 22/212
uw kenmerk
D20230005
bijlage(n)
onderwerp
[namen partijen]
Geachte mrs. Van Snippenburg en Buitenkamp,
Bij brief van 29 juni 2023 heeft mr. Van Snippenburg namens [verzoekers] laten weten voortzetting van de enquête te wensen om nog vijf getuigen te doen horen. Bij brief van 7 juli 2023 heeft mr. Buitenkamp daartegen namens [verweerders] bezwaar gemaakt. Diezelfde dag heeft mr. Van Snippenburg eveneens per brief toegelicht dat de reden voor het horen van de aanvullende getuigen is gelegen in de omstandigheid ‘dat de wederpartijen desgevraagd niet kenbaar hebben gemaakt of zij de zienswijze delen dat de inmiddels reeds afgelegde getuigenverklaringen bijdragen aan de stelling van mijn cliënten dat sprake is van verkrijgende verjaring ter zakte de gestelde erfdienstbaarheid, ergo peristeren de wederpartijen in hun betwisting van dit laatste’. De rechter-commissaris bericht u in vervolg op deze correspondentie als volgt.
In de beschikking van 6 maart 2023 is opgenomen dat het aantal te horen getuigen om redenen van doelmatigheid in eerste instantie wordt beperkt tot vijf. Anders dan [verweerders] aanvoert betekent dit echter niet dat, na het horen van deze vijf getuigen, niet nog meer getuigen kunnen worden gehoord. De rechter-commissaris in een voorlopig getuigenverhoor zal het horen van de voorgebrachte getuigen slechts mogen weigeren indien onder de gegeven omstandigheden de goede procesorde in verband met de bij de beslissing betrokken belangen zulks eist. Tot deze belangen behoren onder meer het, mede door artikel 186 in Pro verband met artikel 166 Rv Pro gewaarborgde, belang van de waarheidsvinding door het leveren van getuigenbewijs in een eventueel aanhangig te maken procedure en het ook in de procedure tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor door artikel 20 Rv Pro mede met het oog op de processuele rechten en belangen van de wederpartij beschermde belang van een doelmatige en voortvarende rechtspleging (vgl. Hoge Raad 18 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP0571, r.o. 3.5.4).
De reden van [verzoekers] voor het horen van de vijf getuigen, onder wie een getuige die niet al was opgenomen in het verzoekschrift tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor, is kort gezegd gelegen in de omstandigheid dat [verweerders] volgens [verzoekers] ook na afloop van het horen van de eerste vijf getuigen niet heeft erkend dat sprake is van verkrijgende verjaring van erfdienstbaarheid. De vraag of verweerders door het getuigenverhoor overtuigd zijn geraakt van een bepaalde stelling is echter niet relevant voor de beslissing om meer getuigen te horen. [verzoekers] heeft niet duidelijk gemaakt dat deze getuigen kunnen bijdragen aan het verkrijgen van zekerheid over voor de beslissing van het geschil relevante feiten en omstandigheden en waardoor hij aldus beter kan beoordelen of het raadzaam is een procedure te beginnen (vgl. Hoge Raad 22 februari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BB5626, r.o. 3.6.1 en Hoge Raad 22 februari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BB3676, r.o. 3.5.2). Aldus heeft [verzoekers] zijn belang bij waarheidsvinding onvoldoende onderbouwd. Gelet hierop weegt het belang van [verweerders] bij een doelmatige en voortvarende rechtspleging zwaarder dan het belang van [verzoekers] bij het doen horen van de aanvullende getuigen. Het verzoek van [verzoekers] zal daarom wegens strijd met de goede procesorde worden afgewezen.
Mr. Van Snippenburg verzoekt in zijn brief van 7 juli 2023 daarnaast om bij afwijzing van het verzoek tot het horen van de aanvullende getuigen op de voet van artikel 191 lid 1 Rv Pro voortzetting van de mondelinge behandeling te bepalen. De rechter-commissaris ziet in hetgeen is aangevoerd echter geen aanleiding om een dergelijke mondelinge behandeling te bepalen. In deze zaak is nog geen dagvaarding uitgebracht, heeft nog geen mondelinge behandeling plaatsgevonden en heeft het voorlopig getuigenverhoor al plaatsgevonden. Het nu gelasten van een dergelijke mondelinge behandeling draagt daarom niet bij aan een doelmatige en voortvarende rechtspleging. Ook dit verzoek zal daarom worden afgewezen.
Bij deze stand van zaken wordt het voorlopig getuigenverhoor gesloten.
Met vriendelijke groet,
mr. I.W.M. Olthof
rechter-commissaris