ECLI:NL:RBGEL:2023:4470

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
1 augustus 2023
Publicatiedatum
3 augustus 2023
Zaaknummer
C/05/421590 / KG RK 23-532
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens gebrek aan gegronde partijdigheidsvrees

Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. R.J.J. van Acht, rechter bij rechtbank Gelderland, vanwege onduidelijkheid tijdens de zitting en het niet tijdig ontvangen van het vonnis. Tevens werd de rechtbank Gelderland en de gehele rechtspraak betrokken in het verzoek.

De wrakingskamer verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk voor zover het gericht was tegen de rechtbank en de gehele rechtspraak, omdat wraking alleen kan worden gericht tegen de individuele rechter die de zaak behandelt. Het verzoek tegen de rechter zelf werd inhoudelijk beoordeeld.

De kamer oordeelde dat de rechter niet vooringenomen is en dat het feit dat de rechter na de zitting een vonnis heeft gewezen, niet leidt tot een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid. Het niet ontvangen van het vonnis kan de rechter niet worden toegerekend. De juistheid van het vonnis kan alleen via een rechtsmiddel worden aangevochten.

Daarom werd het wrakingsverzoek tegen de rechter afgewezen en het verzoek tegen de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Wrakingsverzoek tegen rechter afgewezen; verzoek tegen rechtbank niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

beslissing
RECHTBANK GELDERLAND
locatie Arnhem
Wrakingskamer
zaaknummer: C/05/421590 / KG RK 23-532
Beslissing van 1 augustus 2023
van de wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot de wraking van
mr. R.J.J. van Acht,
rechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter,
en
de rechtbank Gelderland en de gehele rechtspraak.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het schriftelijke wrakingsverzoek, ingekomen op 28 juni 2023;
- de schriftelijke reactie van de rechter van 11 juli 2023;
- de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling op 27 juli 2023, waaraan de schriftelijke verklaring van verzoeker is gehecht.
1.2.
Bij de mondelinge behandeling zijn verschenen:
- verzoeker;
- de rechter heeft laten weten niet te zullen verschijnen.
1.3.
Ten slotte is uitspraak bepaald.

2.Het wrakingsverzoek

2.1
Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaak met nummer 10305860 \ CV EXPL 23-335 \ 398 \ 858 tussen verzoeker en Stichting Portaal.
2.2
Verzoeker heeft blijkens het schriftelijke verzoek, zoals toegelicht bij de mondelinge behandeling, - kort samengevat - het volgende aan zijn verzoek ten grondslag gelegd.
Verzoeker stelt dat de rechter de zitting heeft afgesloten met de mededeling dat hij geen uitspraak zou doen, maar dat de rechter vervolgens op 12 mei 2023 toch een (tussen)vonnis heeft gewezen. Verzoeker verwijt de rechter dat hij ter zitting niet duidelijk is geweest. Verzoeker heeft daardoor het gevoel gekregen dat er een spelletje met hem werd gespeeld. Ook heeft hij het vonnis niet thuis ontvangen en is hij niet (tijdig) hierover geïnformeerd. Tot slot heeft verzoeker gesteld dat het vonnis ten onrechte in het voordeel van Stichting Portaal is gewezen.
2.3
De rechter heeft laten weten niet in de wraking te berusten en heeft op het verzoek gereageerd. Die reactie wordt hierna voor zover nodig besproken.

3.De beoordeling

3.1.
Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoeker die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan hem bekend zijn geworden.
3.2.
Het wrakingsverzoek moet betrekking hebben op de rechter die met de behandeling van de zaak is belast. Verzoeker kan daarom niet worden ontvangen in zijn wrakingsverzoek voor zover dit is gericht tegen de rechtbank Gelderland en de gehele rechtspraak. In zoverre zal verzoeker daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn verzoek.
3.3.
Ten aanzien van het wrakingsverzoek gericht tegen de (behandelend) rechter overweegt de wrakingskamer het volgende.
3.3.1.
Een rechter mag op grond van artikel 26 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering niet weigeren te beslissen. Dit betekent dat een rechter altijd vonnis moet wijzen als de procedure niet op een andere manier eindigt. Verzoeker heeft de rechter ter zitting wellicht verkeerd begrepen. De rechter heeft in zijn verweerschrift ook aangevoerd dat hij ter zitting reeds heeft aangegeven hoe hij ongeveer zou gaan beslissen. Dat de rechter na de zitting een (tussen)vonnis heeft gewezen, maakt daarom niet dat de rechter vooringenomen is of dat de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is.
3.3.2.
Dat het vonnis niet door verzoeker is ontvangen, kan – hoe vervelend ook voor verzoeker – de rechter niet worden verweten. Het vonnis is aan verzoeker toegestuurd op het juiste adres en de overige post van de rechtbank heeft verzoeker wel ontvangen. Ook hieruit volgt niet dat de rechter vooringenomen is of dat de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is.
3.3.3.
De juistheid van de rechterlijke beslissing, die verzoeker ter discussie heeft gesteld, kan alleen worden beoordeeld als daartegen een rechtsmiddel (zoals hoger beroep) is aangewend. De wrakingsprocedure is daarvoor niet bestemd, omdat het daarin uitsluitend gaat over de (schijn van) vooringenomenheid van de rechter. Alleen als de beslissing gelet op de motivering of de wijze van totstandkoming zo onjuist of onbegrijpelijk is dat deze uitsluitend door vooringenomenheid kan worden verklaard, is er grond voor wraking. De aangevoerde gronden halen deze hoge drempel niet.
3.4.
Dit betekent dat het wrakingsverzoek gericht tegen de (behandelend) rechter wordt afgewezen.
4. De beslissing
De wrakingskamer van de rechtbank:
- verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking van rechtbank Gelderland respectievelijk de gehele rechtspraak;
- wijst het verzoek tot wraking van mr. R.J.J. van Acht af.
Deze beslissing is gegeven door mr. S.J. Peerdeman, voorzitter, mr. J.A. van Schagen en mr. A.A. Roodenburg, leden in tegenwoordigheid van de griffier […] en in openbaar uitgesproken op 1 augustus 2023.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.