Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- het vonnis van 29 maart 2023;
- het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 21 juni 2023.
Rechtbank Gelderland
De zaak betreft een vordering van een manege-exploitant ([eiseres]) tegen de Koninklijke Nederlandse Hippische Sportfederatie (KNHS). [Eiseres] wilde een internationale paardensportwedstrijd organiseren onder auspiciën van KNHS en de Fédération Equestre Internationale (FEI) in 2023, maar KNHS verstrekte geen aanvraagformulier. Dit omdat KNHS meende dat [eiseres] geen lid was en vanwege een betalingsachterstand van een ander bedrijf dat de wedstrijd in 2020 had georganiseerd.
[Eiseres] stelde dat zij een aparte entiteit is en niets met die betalingsachterstand te maken had. Zij vorderde een verklaring voor recht dat KNHS onrechtmatig had gehandeld en een schadevergoeding van €1.215.000,- wegens gederfde winst. KNHS voerde verweer dat [eiseres] geen lid was en niet voldeed aan de vereisten om een internationale wedstrijd te organiseren, en dat er geen afdwingbaar recht op organisatie van wedstrijden bestaat.
De rechtbank oordeelde dat [eiseres] onvoldoende had onderbouwd dat zij lid is van KNHS. Uit een overgelegde printscreen bleek zij een FNRS-bedrijf te zijn, wat geen lidmaatschap van KNHS inhoudt. Omdat lidmaatschap vereist is, kon [eiseres] geen aanspraak maken op het organiseren van de wedstrijd onder auspiciën van KNHS en FEI. KNHS handelde daarom niet onrechtmatig door het aanvraagformulier niet te verstrekken.
De vorderingen werden afgewezen en [eiseres] werd veroordeeld in de proceskosten van KNHS. De rechtbank wees ook de wettelijke rente toe over de proceskosten. Hiermee is de procedure definitief afgesloten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af en veroordeelt eiseres in de proceskosten.