Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. J.T.G. Roovers, rechter in de bodemzaak tussen verzoeker en de wederpartij. Het verzoek betrof vermeende vooringenomenheid van de rechter vanwege vermeende onjuiste procesbeslissingen, waaronder het verlenen van uitstel aan de wederpartij en het niet bepalen van een mondelinge behandeling.
De wrakingskamer oordeelde dat het wrakingsverzoek te laat was ingediend, aangezien de omstandigheden die aanleiding gaven tot wraking al maanden eerder bekend waren. Bovendien ontbraken concrete feiten die een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid konden rechtvaardigen. Verzoeken tot aanhouding van de procedure werden afgewezen.
De wrakingskamer benadrukte dat de juistheid van rechterlijke beslissingen niet via wraking kan worden aangevochten, maar via reguliere rechtsmiddelen. Verdere beschuldigingen van corruptie en valse uitspraken werden als onbewezen en speculatief beoordeeld.
De wrakingskamer wees het verzoek af en stelde dat tegen deze beslissing geen rechtsmiddel openstaat.