ECLI:NL:RBGEL:2023:481
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bezwaar tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting en beroep ongegrond verklaard
De rechtbank Gelderland heeft op 24 januari 2023 uitspraak gedaan in de zaak tussen eiser en de heffingsambtenaar van het belastingcentrum Tribuut over een naheffingsaanslag parkeerbelasting. Eiser maakte bezwaar tegen de aanslag omdat hij meende dat er onterecht parkeerbelasting werd geheven en dat sprake was van strijd met een wettelijk voorschrift. Verweerder verklaarde het bezwaar kennelijk ongegrond omdat het bezwaar onvoldoende concreet was en eiser geen nadere motivering gaf ondanks de geboden mogelijkheid.
Eiser stelde in beroep dat hij onterecht werd aangeslagen omdat er sprake zou zijn van een parkeerverbod en dat de naheffingsaanslag in strijd zou zijn met het legaliteitsbeginsel van artikel 104 van Pro de Grondwet. De rechtbank oordeelde dat uit de overgelegde foto's bleek dat de auto van eiser in een parkeervak stond waar parkeerbelasting verschuldigd was. Het beroep op artikel 104 Grondwet Pro faalde omdat dit artikel alleen op rijksbelastingen ziet. Ook was geen sprake van schending van artikel 132, zesde lid, Grondwet, omdat de gemeenteraad het tarief conform wettelijke voorschriften had vastgesteld.
De rechtbank concludeerde dat het bezwaar terecht kennelijk ongegrond was verklaard en dat het beroep ongegrond is. De naheffingsaanslag blijft gehandhaafd, het griffierecht wordt niet teruggegeven en er is geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter J.M.W. van de Sande en griffier R.C.H. Graves.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de naheffingsaanslag parkeerbelasting.