Eiseres heeft Menzis aangesproken wegens vermeende onrechtmatige daden, waaronder onterechte aanmelding bij het CAK wegens wanbetaling, blokkade van overstap naar andere zorgverzekeraar, niet betaalde nota van huisarts en onterecht incassotraject. Menzis stelde dat de aanmelding bij het CAK terecht was vanwege een premieachterstand van meer dan zes maanden en dat de blokkade van overstap conform de Zorgverzekeringswet was.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende had onderbouwd dat zij de premies van juni tot en met september 2020 tijdig had voldaan en dat de aanmelding bij het CAK daarom terecht was. Ook werd geoordeeld dat Menzis niet onrechtmatig had gehandeld door de opzegging van de verzekering niet te honoreren. De vordering voor de niet betaalde nota werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Wel werd toegekend dat de deurwaarder onterecht incassokosten had gemaakt nadat de hoofdsom was voldaan, en dit bedrag werd toegewezen. Menzis bood coulance aan door een deel van de bestuursrechtelijke premie te verrekenen. Uiteindelijk werd het bedrag dat Menzis aan eiseres moest betalen verrekend met openstaande premievorderingen, waardoor per saldo niets werd toegekend. De proceskosten werden gecompenseerd.