Eiser heeft een zorgverzekering bij VGZ en verzocht om vergoeding van een lower body lift na aanzienlijk gewichtsverlies door bariatrische chirurgie. De plastisch chirurg stelde dat eiser voldoet aan de criteria voor vergoeding, waaronder een Pittsburgh Ratingscale graad 3 en een aantoonbare lichamelijke functiestoornis.
VGZ weigerde de vergoeding omdat volgens haar medisch adviseur niet voldaan wordt aan de criteria, met name geen PRS 3 en geen aantoonbare functiestoornis. VGZ baseerde dit oordeel op foto’s, een consult en een tabel uit een medisch artikel.
De rechtbank oordeelt dat het primaat bij de behandelend arts ligt, maar VGZ de indicatie mag toetsen op navolgbaarheid. De vraag of de indicatie navolgbaar is, is nog niet te beoordelen. De rechtbank stelt voor dat partijen eerst overleg plegen tussen plastisch chirurg en medisch adviseur. Indien dit niet leidt tot overeenstemming, zal een deskundige worden benoemd. De zaak wordt aangehouden tot nadere stappen.