ECLI:NL:RBGEL:2023:4965
Rechtbank Gelderland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening overnemen schuld VGZ door minister
Verzoekster is door de Belastingdienst/Toeslagen erkend als gedupeerde van de toeslagenaffaire en heeft een schuld van €27.551,21 aan VGZ Zorgverzekeraar N.V. Deze schuld betreft ten onrechte betaalde declaraties en onderzoekskosten, waarbij VGZ fraude vermoedt en onderzoek heeft verricht. Na een civiele procedure is een schikking getroffen waarbij verzoekster een bedrag van in totaal €32.861,41 aan VGZ moet betalen, wat nog niet is voldaan.
De minister van Financiën heeft het verzoek van verzoekster om deze schuld over te nemen afgewezen op grond van artikel 4.1, vierde lid, aanhef en onder c, van de Wet hersteloperatie toeslagen, omdat de schuld voortvloeit uit een onrechtmatige daad. Verzoekster betwist dit en stelt dat de schuld voortkomt uit een schikking en niet uit onrechtmatige daad.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de rechtsvraag complex is en een grondige beoordeling door een meervoudige kamer vereist, mede vanwege de nieuwe wetgeving en het grote belang van beide partijen. Een voorlopige voorziening is daarom niet passend. De belangenafweging leidt tot het oordeel dat het belang van de minister, gezien het grote bedrag en het gebruik van publieke gelden, zwaarder weegt dan het belang van verzoekster.
Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen, verzoekster krijgt geen griffierecht terug en geen proceskostenvergoeding. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open, zodat de voorzieningenrechter ook uitspraak doet op het beroep.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot overname van de schuld aan VGZ door de minister wordt afgewezen.