Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
Ik ben officieel soeverein. Ik heb geen overeenkomst met u en dus ook niets met u te maken.”
Rechtbank Gelderland
De zaak betreft een huurgeschil waarbij de huurder sinds 1 april 2021 een zelfstandige woning huurt en een aanzienlijke huurachterstand heeft opgebouwd. Partijen sloten op 31 mei 2023 een vaststellingsovereenkomst waarin is afgesproken dat de huurovereenkomst met wederzijds goedvinden eindigt op 1 oktober 2023 en dat de huurder de achterstallige huur en kosten in termijnen betaalt.
De huurder stelde dat hij onder dwang de vaststellingsovereenkomst had getekend, maar dit beroep op vernietiging werd door de kantonrechter verworpen wegens onvoldoende onderbouwing. De kantonrechter oordeelde dat de huurder gehouden is aan de overeenkomst en veroordeelde hem tot ontruiming van de woning op 1 oktober 2023.
Daarnaast werd de huurder veroordeeld tot betaling van de huurpenningen over juni, juli en augustus 2023, de toekomstige huur tot aan ontruiming, en maandelijkse termijnen van €250,- tot het maximum van de resterende schuld. De vordering tot betaling van het volledige bedrag ineens werd afgewezen. De huurder werd tevens veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Huurder wordt veroordeeld tot ontruiming per 1 oktober 2023 en betaling van huurachterstanden volgens de vaststellingsovereenkomst.