In deze civiele procedure staat de afwikkeling van een koopovereenkomst en een geldleningsovereenkomst tussen Roan B.V. en Insasco B.V. c.s. centraal. Roan had in 2018 haar aandelen in SPV Beheer B.V. verkocht aan Insasco, waarbij een deel van de koopprijs als geldlening werd omgezet. Na de transactie ontstond onenigheid over de uitleg en nakoming van deze overeenkomsten.
Daarnaast speelt een incident over de verkoop van schilderijen door de bestuurder van Roan aan SPV Beheer. Insasco c.s. vordert in het vrijwaringsincident dat de bestuurder in vrijwaring wordt opgeroepen, omdat zij meent dat hij onverschuldigd € 25.000 heeft ontvangen voor schilderijen die volgens hen eigendom waren van de vennootschappen.
De rechtbank oordeelt dat de vordering tot oproeping in vrijwaring niet toewijsbaar is, omdat er geen rechtsverhouding bestaat die de bestuurder verplicht om de gevolgen van een nadelige beslissing voor Insasco c.s. te dragen. De rechtbank wijst de vordering af en veroordeelt Insasco c.s. in de proceskosten van het incident.
Voor de hoofdzaak wordt een mondelinge behandeling bevolen om nadere inlichtingen te verkrijgen, standpunten te bespreken en te onderzoeken of een minnelijke regeling mogelijk is. De procedure wordt voortgezet met een zitting gepland na opgave van verhinderdagen door partijen.
Het vonnis is gewezen door mr. M.S.T. Belt en in het openbaar uitgesproken op 20 september 2023.