De gecertificeerde instelling (GI) verzocht om een machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige in een pleeggezin gedurende de ondertoezichtstelling. De ouders, beiden belast met het ouderlijk gezag, zijn tegen de uithuisplaatsing. Moeder 1 is momenteel opgenomen en niet in staat zorg te dragen, terwijl moeder 2 persoonlijke problematiek heeft maar aangeeft de zorg te kunnen dragen. De GI handhaaft het verzoek vanwege ernstige zorgen over de verzorging en opvoeding van de minderjarige.
Tijdens de zitting bleek dat de situatie complex is: de minderjarige verblijft hoofdzakelijk bij moeder 2, waar rust lijkt te zijn en verbetering in gedrag is geconstateerd. Er is twijfel over de noodzaak van uithuisplaatsing gezien de mogelijke nadelen en het ontbreken van een pleeggezin. Ook is er onduidelijkheid over de impact van de behandeling van moeder 2 op haar zorgcapaciteit en de mogelijkheden van netwerkondersteuning.
De kinderrechter oordeelt dat er onvoldoende informatie is om een definitieve beslissing te nemen en houdt de zaak aan voor drie maanden. De GI wordt verzocht aanvullende informatie te verstrekken over de ontwikkeling van de minderjarige, de behandeling en draagkracht van moeder 2, mogelijkheden voor netwerkplaatsing en de gevolgen van een eventuele pleeggezinplaatsing. Een pro forma zitting is gepland voor november 2023.