AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Toewijzing vordering onverschuldigde betaling met rente en incassokosten
In deze civiele procedure vordert eiser betaling van een bedrag dat onverschuldigd door gedaagde is betaald. Gedaagde erkent de dubbele betaling, maar stelt een verrekening met een tegenvordering op grond van een regeling tussen partijen. De rechtbank acht deze regeling onvoldoende aannemelijk vanwege betwisting en onduidelijkheid over de inhoud en totstandkoming.
De rechtbank oordeelt dat de gegrondheid van het verrekeningsverweer niet eenvoudig kan worden vastgesteld, mede omdat de facturen ter onderbouwing niet zijn overgelegd en er ook privévorderingen spelen. Daarom wordt de hoofdsom van de vordering toegewezen met toepassing van artikel 6:136 BWPro.
Daarnaast wordt de wettelijke rente toegewezen over de onbetaalde bedragen vanaf de respectievelijke data van betaling tot volledige voldoening. Ook worden buitengerechtelijke incassokosten toegewezen, omdat eiser de vordering uit handen heeft gegeven na het niet tijdig terugbetalen door gedaagde. Tot slot wordt gedaagde veroordeeld in de proceskosten en nakosten, met rente vanaf veertien dagen na het vonnis.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 1.717,27 met wettelijke rente, incassokosten en proceskosten.
gemachtigde Juridisch Support B.V., mr. E.F.J. Goossens
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Autocenter Geldermalsen B.V.
gevestigd te Geldermalsen
gedaagde partij
procederend in persoon
Partijen worden hierna [eisende partij] en Autocenter Geldermalsen genoemd.
1.De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 1 februari 2023 en de daarin genoemde processtukken;
- de mondelinge behandeling van 11 mei 2023 waarvan door de griffier aantekeningen zijn bijgehouden;
- het verkort proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 11 mei 2023;
- de akte van 5 juli 2023 van de zijde van [eisende partij] met productie.
1.2.
Autocenter Geldermalsen heeft ondanks daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld niet gereageerd op de akte van 5 juli 2023 van de zijde van [eisende partij] .
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2.De verdere beoordeling van de zaak
2.1.
De kantonrechter blijft bij wat is overwogen in het tussenvonnis van 1 februari 2023.
2.2.
Autocenter Geldermalsen erkent dat [eisende partij] factuur 20200152 per abuis tweemaal heeft betaald. Zij voert echter aan dat zij een vordering op [eisende partij] heeft en dat zij de tweede betaling daarmee heeft verrekend. Zij verwijst verder naar een op 5 september 2022 tussen partijen getroffen regeling, waarvan zij een handgeschreven en door partijen ondertekend stuk in het geding heeft gebracht. [eisende partij] betwist dat het handgeschreven document enige bewijskracht heeft gelet op de (door hem gestelde) cognitieve beperkingen van [eisende partij] .
2.3.
De kantonrechter acht het gelet op de gemotiveerde betwisting daarvan en nu uit het overgelegde stuk niet blijkt welke afspraken zijn gemaakt en hoe deze tot stand zijn gekomen onvoldoende aannemelijk dat een nadere overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen met de door Autocenter Geldermalsen gestelde inhoud.
2.4.
De gegrondheid van het beroep op verrekening is voor het overige niet op eenvoudige wijze vast te stellen, aangezien [eisende partij] betwist dat er sprake is van een tegenvordering en de ter onderbouwing van deze vordering in het geding gebrachte facturen eveneens gemotiveerd heeft betwist. De twee op de vordering in mindering gebrachte facturen zijn bovendien in het geheel niet in het geding gebracht. Daarnaast blijkt uit de correspondentie dat er ook sprake is van vorderingen in de privésfeer. De vordering in hoofdsom – na vermindering van eis – van € 1.297,36 wordt daarom met toepassing van het bepaalde in artikel 6:136 BWPro toegewezen.
2.5.
De niet betwiste en op grond van de wet verschuldigde rente wordt overeenkomstig hetgeen in punt 3 van de akte van 5 juli 2023 is gevorderd toegewezen over € 2.949,10 vanaf 7 juni 2020 tot en met 5 september 2022 en over € 1.297,37 vanaf 6 september 2022 tot de dag van volledige betaling. Nu de vordering niet is gegrond op een handelsovereenkomst maar op onverschuldigde betaling zal niet de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW, maar de wettelijke rente ex artikel 6:119 BWPro worden toegewezen.
2.6.
[eisende partij] vordert verder een bedrag van € 419,91 aan buitengerechtelijke incassokosten. Aangezien Autocenter Geldermalsen niet tijdig tot terugbetaling van het onverschuldigd betaalde bedrag is overgegaan, heeft [eisende partij] zijn vordering terecht uit handen gegeven. [eisende partij] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. De door [eisende partij] gemaakte kosten om haar vordering betaald te krijgen komen dan ook voor rekening van Autocenter Geldermalsen. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke kosten is in overeenstemming met het in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke kosten bepaalde tarief dat geacht wordt redelijk te zijn en wordt daarom toegewezen.
2.7.
Autocenter Geldermalsen wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen.
De rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf veertien dagen na de datum van het vonnis. Nu de vordering niet is gegrond op een handelsovereenkomst zal niet de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW, maar de wettelijke rente ex artikel 6:119 BWPro worden toegewezen.
De gevorderde nakosten worden toegewezen tot € 116,00, zijnde een half salarispunt van het toegewezen salaris, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis.
3.De beslissing
De kantonrechter,
3.1.
veroordeelt Autocenter Geldermalsen tot betaling aan [eisende partij] van een bedrag van (€ 1.297,36 + € 419,91 =) € 1.717,27, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BWPro over € 2.949,10 vanaf 7 juni 2020 tot en met 5 september 2022 en over € 1.297,37 vanaf 6 september 2022 tot de dag van volledige betaling
3.2.
veroordeelt Autocenter Geldermalsen in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van [eisende partij] vastgesteld op € 103,33 aan dagvaardingskosten, € 244,00 aan griffierecht en € 696,00 aan salaris voor de gemachtigde, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BWPro vanaf veertien dagen na de datum van het vonnis tot de dag van volledige betaling;
3.3.
veroordeelt Autocenter Geldermalsen in de nakosten van € 116,00, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis,
3.4.
verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,
3.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. R.M. Schoo en in het openbaar uitgesproken op 13 september 2023.