Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
[betrokkene]
de officier van justitie
Gronden voor de beslissing:
in beginselwordt gematigd met 25%.
Rechtbank Gelderland
Betrokkene werd een sanctie opgelegd wegens het als bestuurder overtreden van een geslotenverklaring met bord C12 op 9 juli 2021 te Culemborg. Het beroep tegen deze beschikking is tijdig ingesteld. De kantonrechter stelt vast dat de ambtsedige verklaring van de verbalisant voldoende grondslag biedt en dat betrokkene de overtreding niet ontkent.
De gemachtigde van betrokkene voerde aan dat de BOA niet bevoegd was tot handhaving vanwege het ontbreken van instemming van het College van Procureurs-Generaal (CVOM) met camerahandhaving. De rechtbank oordeelt dat er wel degelijk instemming is gegeven, ook al maakt de instemmingsbrief geen deel uit van het dossier.
Verder is vastgesteld dat de gemeente Culemborg in de periode voorafgaand aan de overtreding waarschuwingsbrieven heeft gestuurd, maar niet aan betrokkene, hetgeen niet leidt tot vernietiging van de beschikking. De rechtbank concludeert dat er geen sprake is van een fuik en dat de bestuurder zelf verantwoordelijk is voor het niet naleven van de geslotenverklaring.
Hoewel er sprake is van een geringe overschrijding van de redelijke termijn, ziet de kantonrechter geen aanleiding tot matiging van het sanctiebedrag. Er zijn geen andere omstandigheden die matiging of kwijtschelding rechtvaardigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om proceskosten wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskosten wordt afgewezen.