De man verzocht om wijziging van de partneralimentatie na het staken van zijn onderneming per 1 november 2022, stellende dat zijn inkomen aanzienlijk was gedaald. De vrouw betwistte dit en stelde dat zij volledig behoeftig is en dat de man verwijtbaar zijn inkomen heeft verminderd. De rechtbank oordeelde dat sprake is van herstelbaar inkomensverlies bij de man, waardoor het oorspronkelijke inkomen als uitgangspunt wordt genomen.
De vrouw werd een fictieve verdiencapaciteit toegekend van minimaal 32 uur per week tegen het minimumloon, omdat zij onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij door haar mentale en fysieke klachten niet zou kunnen werken. De rechtbank berekende de aanvullende behoefte van de vrouw en de draagkracht van de man, rekening houdend met zijn inkomsten uit overige werkzaamheden en verhuur van onroerend goed.
De rechtbank stelde de partneralimentatie vast op €648 bruto per maand, ingaande op de datum van de beschikking, en wees het verzoek van de man om terugbetaling van te veel betaalde alimentatie af. Partijen dragen ieder hun eigen proceskosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten.