In deze civiele procedure tussen Stichting Driestroom en Ondernemersgroep De Driestroom B.V. enerzijds en vier franchisehouders anderzijds, vorderden de franchisehouders inzage in zorginformatiesystemen en documenten om tegenbewijs te leveren tegen de stelling dat zij tekortgeschoten zijn in hun zorgverplichtingen.
De rechtbank overwoog dat de gevorderde toegang tot de systemen Mextra en ONS te breed en onvoldoende gespecificeerd was. Tevens ontbrak een duidelijke toelichting hoe de gevorderde documenten zouden bijdragen aan het leveren van tegenbewijs. De rechtbank nam daarbij ook het eerdere vonnis van 18 augustus 2021 mee, waarin een soortgelijke vordering werd afgewezen.
Daarnaast speelde de geheimhoudingsplicht van Driestroom een rol, waartegen de franchisehouders geen verweer hadden gevoerd. De rechtbank oordeelde dat de gevorderde inzage niet noodzakelijk was voor de procedure en wees de vordering af. De proceskosten werden aan de franchisehouders opgelegd. De hoofdzaak zal worden voortgezet met het horen van getuigen.