ECLI:NL:RBGEL:2023:5617
Rechtbank Gelderland
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid klaagschrift wegens te late indiening na beslag op geld en telefoons
Naar aanleiding van een Europees Onderzoeksbevel van Belgische autoriteiten is beslag gelegd op een geldbedrag van €76.620 en twee telefoons van klagers in een strafrechtelijk onderzoek naar mensenhandel en arbeidsuitbuiting. Klagers dienden een klaagschrift in voor teruggave van het geld en de telefoons, maar dit was niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van veertien dagen na inbeslagneming.
Klagers voerden aan dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege persoonlijke omstandigheden, waaronder psychische klachten van mevrouw klager door de inval en detentie van de heer klager in België, en het overlijden van zijn schoonvader. Tevens werd gesteld dat het geld verklaarbaar was en dat de telefoons dringend nodig waren vanwege persoonlijke en medische regelingen.
De rechtbank oordeelde dat klagers weliswaar meerdere pogingen hadden gedaan om teruggave te verkrijgen, maar dat dit de wettelijke termijn voor het indienen van het klaagschrift niet verving. Mevrouw klager werd geacht binnen de termijn de nodige stappen te kunnen zetten, en de heer klager had na zijn vrijlating ruim vijf weken om het klaagschrift in te dienen. Ook de betrokken advocaat had eerder verzoeken tot teruggave ingediend, maar het klaagschrift werd pas laat ingediend.
Daarom werd de termijnoverschrijding niet als verschoonbaar beschouwd en verklaarde de rechtbank klagers niet-ontvankelijk in hun klaagschrift. Tegen deze beslissing staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad.
Uitkomst: De rechtbank verklaart klagers niet-ontvankelijk in hun klaagschrift wegens niet-tijdige indiening zonder verschoonbare reden.