ECLI:NL:RBGEL:2023:607
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2013 wegens nieuw feit, beroep ongegrond
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over het jaar 2013, opgelegd door verweerder. De navorderingsaanslag betreft correcties op het belastbaar inkomen uit werk en woning, aanmerkelijk belang en sparen en beleggen, inclusief belastingrente.
De kern van het geschil betreft de vraag of verweerder bevoegd was de navorderingsaanslag op te leggen, in het bijzonder of sprake was van een nieuw feit in de zin van artikel 16 AWR Pro en of verweerder ambtelijk verzuim had begaan. De rechtbank overweegt dat verweerder niet op de hoogte was en redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn van het feit dat eiser inkomsten uit aanmerkelijk belang had genoten in 2013, mede omdat eiser dit niet had vermeld in zijn aangifte en niet alle vragen van verweerder had beantwoord. Het eerste moment dat verweerder hiervan op de hoogte kon zijn, was het antwoord van eiser in augustus 2018.
De rechtbank oordeelt dat dit een nieuw feit is dat navordering rechtvaardigt en dat verweerder geen ambtelijk verzuim heeft begaan. Daarnaast is geoordeeld dat verweerder niet in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur heeft gehandeld. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2013 wordt ongegrond verklaard omdat sprake is van een nieuw feit en geen ambtelijk verzuim.